PositionMaster EDP300 DIGITALE STANDSTELLER | CI/EDP300-NL REV. G
Potentiaalvereffening
De standsteller moet in het lokale
potentiaalvereffeningssysteem geïntegreerd worden.
Zie Potentiaalvereffening op pagina 34.
Oplaadprocessen
Hoge/terugkerende laadprocessen in gaszones moeten door de
exploitant worden uitgesloten.
Kabelwartel
•
Beperkt temperatuurbereik van de kunststof kabelwartel
M20 x 1,5 voor explosieveilige varianten.
–
Het toegestane omgevingstemperatuurbereik van de
kabelwartel bedraagt −20 tot 80 °C (−40 tot 176 °F).
•
Zorg er bij het gebruik van de kabelschroefverbinding voor
dat de omgevingstemperatuur binnen dit bereik ligt, plus
10 K of overeenkomstig de minimale omgevingstemperatuur.
•
De kabelwartel moet met een aanhaalmoment van 3,8 Nm in
de behuizing worden gemonteerd. Bij de montage moet erop
worden gelet dat de dichtheid van de verbinding van
kabelwartel en kabel intact blijft om de vereiste IP-
beschermingsklasse te waarborgen.
•
Om de vereiste mate van bescherming te garanderen,
moeten NPT-kabelwartels worden voorzien van ongeveer 1,5
laag afdichtingstape of een soortgelijke afdichting rond de
schroefdraad.
Gebruik met ontbrandbare gassen
Neem de volgende punten in acht bij het gebruik van een
apparaat met ontvlambare gassen:
•
Bij gebruik op aardgas moet het apparaat worden
gebruikt in overeenstemming met de specificaties in het
bijbehorende certificaat.
•
Alleen de versie met explosieveiligheidsklasse IS 'Intrinsic
Safetymag op aardgas werken. De pneumatische uitlaten
moeten worden afgevoerd naar niet-gevaarlijke gebieden.
•
Bij gebruik met ontbrandbaar gas moet de afdekplaat van
de luchtuitlaat worden verwijderd en de luchtuitlaten
afzonderlijk worden aangesloten. De twee buizen mogen
niet tot één buis samengevoegd worden.
•
De maximale omgevingstemperatuur mag 60 °C (140 °F)
niet overschrijden.
•
Als de EDP300 op aardgas werkt, moet deze tijdens de
inbedrijfstelling meerdere keren onder volledige druk
worden gezet en ontlucht.
Zie ook Control Drawing 901305 op pagina 56.
Toepassing in omgevingen met brandbaar stof
Neem bij gebruik van het apparaat in zones met ontbrandbaar
stof de volgende punten in acht:
•
Om het verlies van de explosieveiligheidsklasse te
vermijden, mag de behuizing niet geopend worden.
•
Alleen kabelwartels toepassen, die goedgekeurd zijn voor
de explosieveiligheidsklasse en die aan IP-
.beveiligingsklasse ≥ IP 6X voldoen.
•
Een gevaar door glijdclusterontlading moet vermeden
worden.
Gebruik in de temperatuurklasse T6
Voor het bedrijf in de temperatuurklasse T6 zorgen dat in
gedeeltelijke of volledig drukloze toestand geen explosieve
atmosfeer in het pneumatische systeem terecht kan komen of
dat deze door passende maatregelen voor het comprimeren
wordt verwijderd.
Bij de inbedrijfstelling in temperatuurklasse T6 moet het
pneumatische systeem zolang bij 1,4 (±0,1) bar worden gespoeld
tot geen explosief mengsel meer aanwezig is, maar toch
minstens 5 minuten. Daarbij moet de EDP300 meervoudig
volledig belucht/ontlucht worden.
13