Download Print deze pagina

ABB PositionMaster EDP300 Handleiding Voor Inbedrijfstelling pagina 43

Digitale standsteller
Verberg thumbnails Zie ook voor PositionMaster EDP300:
PositionMaster EDP300 DIGITALE STANDSTELLER | CI/EDP300-NL REV. G
Elektrische aansluitingen
Standsteller (EDP300 Control Unit) en externe wegsensor
aansluiten en daarbij de volgende instructies in acht nemen:
Voor de verbinding moet een afgeschermde 3-aderige
kabel met een maximale lengte van 10 m (33 ft) worden
gebruikt.
De kabel door de EMC-kabelwartels in de aansluitruimte
voeren. Ervoor zorgen dat de afschermingen goed in de
EMC-kabelwartels zitten.
De kabels volgens het aansluitschema aansluiten en de
bouten van de aansluitklem handvast aandraaien.
De elektrische aansluiting van de EDP300 Control Unit
alsmede de optionele module vindt plaats zoals in
hoofdstuk Aansluiting op apparaat - EDP300 Control
Unit met EDP300 Remote Sensor op pagina 40
beschreven.
Gebruik adereindhulzen bij de aansluiting.
Bij een niet-geleidende bevestiging van de
EDP300 Control Unit moet de behuizing worden geaard
(behuizing van EDP300 Control Unit en externe
wegsensor op hetzelfde elektrische potentiaal), omdat
anders regelafwijkingen van de analoge
standterugmelding kunnen optreden.
Bij gebruik op een cilinder is het aan te bevelen vanwege
de lineariteit de zelfkalibratie voor zwenkaandrijvingen uit
te voeren
De pneumatische uitgangen van de actuator moeten
worden aangesloten via pneumatische leidingen met een
minimale diameter van 6 mm.
9 Pneumatische aansluitingene
Aanwijzing
De standsteller mag uitsluitend met olie-, water- en stofvrije
instrumentenlucht worden gebruikt (in de gasuitvoering met
gedroogd aardgas).
De zuiverheid en het oliegehalte moeten voldoen aan de eisen
van klasse 3 volgens DIN/ISO 8573-1.
LET OP
Beschadiging van onderdelen!
Verontreinigingen van de luchtleiding en de standsteller
kunnen tot beschadiging van componenten leiden.
Vóór het aansluiten van de leiding moeten stof,
zaagsel/vijlsel en andere vuildeeltjes altijd door
uitblazen worden verwijderd.
LET OP
Beschadiging van onderdelen!
Een druk boven 10 bar (145 psi) kan de standsteller of de
actuator beschadigen.
Er moeten maatregelen worden getroffen die zorgen
dat ook bij storing de druk niet boven 10 bar (145 psi)
kan oplopen.
Aanwijzingen aangaande dubbelwerkende
aandrijvingen met veerretour
Bij dubbelwerkende aandrijvingen met retourveer kan tijdens
bedrijf, vanwege de veer, de druk in de kamer tegenover de veer
ver boven de waarde van de persluchttoevoer stijgen.
Daardoor kan de standsteller beschadigd raken of kan de
regeling van de aandrijving nadelig worden beïnvloed.
Om dit gedrag veilig uit te sluiten, wordt aanbevolen bij
dergelijke toepassingen een
drukvereffeningsventiel tussen de kamer zonder veer en de
toevoerlucht te installeren. Hierdoor kan de verhoogde druk in
de toevoerleiding terugstromen.
De openingsdruk van de terugslagklep moet
< 250 mbar (< 3,6 psi) zijn.
43
loading