Installatie
11
12
Afb. 20 Veiligheidsset 4 tot 6 bar (getoond: alternatieve montagemo-
gelijkheid)
Legenda bij afb. 19 en 20:
[1]
O-ring Ø 48x4 (voor ketel 150 tot 300 kW)
[2]
Aansluitbuis G2xG1¼ (zonder isolatie; voor toestel 150 tot
300 kW)
[3]
Vlakke dichting
[4]
Armatuurbalk
[5]
Ontluchtingsstop
[6]
Veiligheidsventiel 4 ... 6 bar (toebehoren)
[7]
Manometer
[8]
Aansluitingen voor overige veiligheidscomponenten (bijv. be-
grenzer maximale druk)
[9]
Aansluitbuis G2xG1 (isolatie meegeleverd; voor toestel 75 tot
100 kW)
[10] O-ring Ø 38x4 (voor ketel 75 tot 100 kW)
[11] Isolatie collector
[12] Isolatie voor aansluitbuis G2xG1, Pos. 9 (leveringsomvang)
[13] Aansluiting uitblaasleiding
5.9.4
Boiler installeren
Een boiler wordt lokaal op de aanvoer en retour aangesloten. De regelaar
kan de benodigde externe boilerlaadpomp aansturen ( Technische
documentatie regelaar).
5.10
Vullen verwarmingsinstallatie en op dichtheid con-
troleren
Controleer voor de inbedrijfstelling de cv-installatie op dichtheid, zodat
er geen lekkages optreden tijdens bedrijf.
Om een goede ontluchting te waarborgen:
▶ Open voor het vullen alle cv-circuits en thermostaatkranen.
▶ Openen van de terugslagkleppen op de pompen.
▶ Zet alle terugslagkleppen op de ontluchtingsstand.
VOORZICHTIG
Gevaar voor de gezondheid door verontreiniging van het drinkwa-
ter!
▶ Lokale voorschriften en normen ter voorkoming van verontreiniging
van het drinkwater respecteren.
▶ Voor Europa de EN 1717 respecteren.
22
6
4
2 / 9
0010013915-002
OPMERKING
11
Materiële schade door ongeschikt verwarmings- en vulwater!
Ongeschikt cv- en vulwater kan door corrosie en ketelsteenvorming de
cv-installatie beschadigen en/of de levensduur daarvan bekorten.
Er kan alleen aanspraak worden gemaakt op garantie voor de warmte-
producent wanneer voldaan is aan de eisen met betrekking tot de wa-
terkwaliteit en wanneer het logboek is ingevuld.
▶ Respecteer de specificaties betreffende de waterkwaliteit.
▶ Indien nodig verwarmings- en vulwater zuiveren.
12
▶ Bij het gebruik van zuurstofdoorlatende buizen (bijv. vloerverwar-
ming) een systeemscheiding voorzien via een warmtewisselaar.
OPMERKING
Materiële schade door overdruk bij de dichtheidstest!
Druk-, regel-, of veiligheidscomponenten kunnen beschadigd worden bij
te grote druk.
▶ Pers de cv-installatie na het vullen af met de druk, die overeenkomt
met de openingsdruk van het overstortventiel.
▶ Lees voor het vullen van de cv-installatie het meegeleverde logboek
waterkwaliteit zorgvuldig door en respecteer deze.
▶ Open de kap van alle automatische ontluchters.
▶ Vul- en aftapkraan openen.
▶ Vul de cv-installatie langzaam via een vulsysteem. Let daarbij op de
drukmeter (manometer).
1
Afb. 21 Manometer voor gesloten installaties
[1]
Rode wijzer
[2]
Manometerwijzer
[3]
Groene markering
▶ Sluit de waterkraan en vul- en aftapkraan, wanneer de testdruk is be-
reikt.
▶ Controleer de aansluitingen en de leidingen op dichtheid.
▶ Ontlucht de cv-installatie met behulp van de ontluchtingsventielen
op de radiatoren.
▶ Als de proefdruk daalt door het ontluchten, moet er water bijgevuld
worden.
▶ Trek de slang van de vul- en aftapkraan af.
▶ Dichtheidstest overeenkomstig de lokale voorschriften uitvoeren.
▶ Stel, wanneer de cv-installatie is getest op dichtheid en er geen lek-
ken zijn, de correcte bedrijfsdruk in.
▶ Zet alle terugslagkleppen op de bedrijfsstand.
▶ Markeer bij koude installatie de minimale en de maximale druk op de
manometer.
2
3
6 720 615 876-59.2T
Condens 7000 F – 6720871596 (2024/10)