Afb. 33 Meetwaarden noteren (ketelgrootte 150-300 kW)
[1]
Meetpunt op de condensbak
[2]
Rookgastemperatuurbegrenzer (optie)
Afb. 34 Meetwaarden noteren (ketelgrootte 75-100 kW)
[1]
Meetplaats op aansluitstuk
7.14.1 Trek
De benodigde trek van het geïnstalleerde rookgas-toevoerluchtsysteem
mag niet groter zijn dan 150 Pa (1,5 mbar).
GEVAAR
Levensgevaar door vergiftiging bij ontsnappende rookgassen.
▶ Gebruik de cv-ketel alleen met schoorstenen of rookgasafvoersyste-
men
(tab. 17.1, pagina 61).
Condens 7000 F – 6720871596 (2024/10)
2
1
0010012499-001
1
0010015322-001
7.14.2 CO-gehalte
De CO-waarden in luchtvrije toestand moeten onder 100 ppm of
0,01 vol% liggen.
Waarden boven 100 ppm wijzen op een foute branderinstelling, een ver-
keerde instelling van de ketel, vuil op de brander of warmtewisselaar of
een defect bij de brander.
▶ Bepaal de oorzaak en verhelp dit.
7.15
Functiecontroles
OPMERKING
Materiële schade en functiestoringen door vervuiling!
Door verhoogde stofophoping tijdens de bouwfase kan de werking van
de brander worden beïnvloed.
▶ Reinig de brander na de bouwfase (hoofdstuk 11.7 en 11.8) of
gebruik de accessoireset "luchtfilter" .
Controleer bij de inbedrijfstelling en bij de jaarlijkse inspectie alle regel-
, besturings- en veiligheidsvoorzieningen op hun goede werking en, voor
zover ze ontregeld kunnen worden, op hun correcte instellingen.
7.15.1 Controleer de ionisatiestroom (vlamstroom)
▶ Respecteer voor de controle van de ionisatiestroom de bijbehorende
technische documentatie van de regelaar.
7.16
Dichtheid bij werking controleren
OPMERKING
Materiële schade door kortsluiting!
▶ Dek gevoelige plaatsen af voordat de lekdetectie wordt uitgevoerd,
bijv. de waterbinnendruksensor en de retourtemperatuursensor op
de retour van de cv-ketel.
▶ Sproei het lekzoekmiddel niet op kabelwartels, stekkers of elektri-
sche kabels.
▶ Veeg het lekdetectiemiddel zorgvuldig af om corrosie te vermijden.
▶ Controleer bij actieve brander alle afdichtplaatsen in het gehele
gastraject van de brander met een schuimvormend middel, bijvoor-
beeld:
• controlenippel
• Afsluitschroef voor de gasaansluitdruk
• Koppelingen (ook op gasaansluiting) enz.
• Na ombouw naar vloeibaar gas moet de dichtheid van het reinigings-
deksel op de condensopvang worden gecontroleerd, inclusief de
dichtheid van de bevestigingsmoeren van het dempingsdeel.
Het middel moet goedgekeurd zijn als controlemiddel voor dichtheid bij
gasinstallaties.
In bedrijf nemen
31