OPMERKING
Schade aan de ketel door verontreinigde verbrandingslucht!
▶ Gebruik geen chloorhoudende reinigingsmiddelen en halogeenkool-
waterstoffen (bijv. in spuitbussen, oplos- en reinigingsmiddelen,
verf, lijm).
▶ Bewaar of gebruik deze stoffen niet in de opstellingsruimte.
▶ Reinig door bouwwerkzaamheden vervuilde branders voor de inbe-
drijfstelling.
▶ Controleer de rookgas- en verbrandingsluchtleiding (bij gesloten be-
drijf) en de openingen voor de verbrandingsluchtoevoer en ventilatie
( hoofdstuk 5.6, pagina 17).
7.1
Controleren bedrijfsdruk
Open cv-installaties zijn met deze cv-ketel niet mogelijk.
▶ Controleer voor de inbedrijfstelling de bedrijfsdruk aan de waterzijde
van de cv-installatie en stel deze eventueel in.
OPMERKING
Materiële schade door ongeschikt verwarmings- en vulwater!
Ongeschikt cv- en vulwater kan door corrosie en ketelsteenvorming de
cv-installatie beschadigen en/of de levensduur daarvan bekorten.
Er kan alleen aanspraak worden gemaakt op garantie voor de warmte-
producent wanneer voldaan is aan de eisen met betrekking tot de wa-
terkwaliteit en wanneer het logboek is ingevuld.
▶ Respecteer de specificaties betreffende de waterkwaliteit.
▶ Indien nodig verwarmings- en vulwater zuiveren.
▶ Bij het gebruik van zuurstofdoorlatende buizen (bijv. vloerverwar-
ming) een systeemscheiding voorzien via een warmtewisselaar.
▶ Stel de rode wijzer [1] van de manometer in op de vereiste bedrijfs-
druk van ten minste 1 bar.
1
Afb. 24 Manometer voor gesloten installaties
[1]
Rode wijzer
[2]
Manometerwijzer
[3]
Groene markering
VOORZICHTIG
Gevaar voor de gezondheid door verontreiniging van het drinkwa-
ter!
▶ Lokale voorschriften en normen ter voorkoming van verontreiniging
van het drinkwater respecteren.
▶ Voor Europa de EN 1717 respecteren.
Condens 7000 F – 6720871596 (2024/10)
▶ Vul cv-water bij of tap dit via de plaatselijke vul- en aftapkraan af, tot
de gewenste bedrijfsdruk is bereikt.
▶ Ontlucht de cv-installatie tijdens het vullen via de ontluchtingsventie-
len op de radiatoren.
7.2
Controleer voor de eerste inbedrijfstelling alle leidingdelen op externe
dichtheid.
Explosiegevaar!
Wanneer lekkages optreden aan de gasleidingen en gasaansluiting, be-
staat explosiegevaar.
▶ Voer een lekdetectie uit met schuimvormend middel.
OPMERKING
Materiële schade door kortsluiting!
Vloeistoffen op elektrische onderdelen die onder spanning staan kunnen
een kortsluiting veroorzaken.
▶ Voor de lekdetectie: dek elektrische componenten af.
▶ Sproei het lekdetectiemiddel niet op kabeldoorvoeren, stekkers of
elektrische kabels.
▶ Waarborg, dat geen lekdetectiemiddel op elektrische componenten
druppelt.
▶ Veeg het lekdetectiemiddel zorgvuldig af om corrosie te vermijden.
▶ Controleer de nieuwe leidingen tot aan het afdichtingspunt direct bij
het gasblok op uitwendige dichtheid. De testdruk mag bij de ingang
van het gasblok maximaal 150 mbar bedragen.
Voer een lekdetectie uit op alle verbindingen met een schuimvormend
middel wanneer bij de dichtheidstest een lekkage wordt vastgesteld.
Het middel moet goedgekeurd zijn als controlemiddel voor dichtheid bij
gasinstallaties.
▶ Documenteer de dichtheidstest in het inbedrijfstellingsprotocol.
2
7.3
Vraag de gaskarakteristieken (Wobbe-index en verbrandingswaarde) op
bij het gasbedrijf en noteer dit in het inbedrijfstellingsprotocol
3
( hoofdstuk 17.6, pagina 67).
Wanneer in bestaande installaties de ketel moet worden vervangen:
▶ Stem met het gasbedrijf af, dat de nominale gasdruk conform
tab. 12, pagina 30 wordt aangehouden.
6 720 615 876-59.2T
7.4
De brander is af fabriek bedrijfsgereed en wordt met behulp van de mee-
geleverde gasplaten op de aanwezige gassoort (aardgas E/LL) aange-
past.
▶ Vraag het gasbedrijf naar de geleverde gasgroep resp. het bereik
(gassoort) daarvan.
▶ Bepaal aan de hand van de informatie van het gasbedrijf en de speci-
ficaties in de tabel 9 en 10 , welke gasplaat nodig is.
▶ Controleer of de benodigde gasplaat is ingebouwd.
▶ Vervang, indien nodig, de gasplaat in het kader van de inbedrijfstel-
ling (hoofdstuk 7.5).
Op lekken controleren
GEVAAR
Noteer de gaskenwaarden
Controleren keteluitrusting
In bedrijf nemen
25