Ty-
Storings-
Subco-
Oorzaak
1)
pe
code
de
V
CY
574
Aanvoertempera-
tuur
> 130 °C (kortslui-
ting)
V
EE
601
Meting keteltem-
peratuursensor
(dubbele sensor).
V
EE
612
Meting retourtem-
peratuursensor
V
EE
613
Meting
aanvoertempera-
tuursensor
Condens 7000 F – 6720871596 (2024/10)
Omschrijving
Testprocedure/oorzaak
De regelaar ontvangt
Controleer de verbindingsleiding
niet-realistische waar-
tussen branderautomaat en aanvoer-
den van de aanvoertem-
temperatuursensor.
peratuursensor
Controleer de elektrische aansluiting
van de verbindingsleiding met de
branderautomaat en de aanvoertem-
peratuursensor.
Controleer de weerstandswaarden
van de temperatuursensor conform
de tabel.
Branderautomaat defect.
Op elkaar volgende me-
Controleer de kabel naar de ketel-
tingen van de keteltem-
temperatuursensor en het contact
peratuur wijken te veel
op de branderautomaat en de druk-
van elkaar af.
sensor.
Controleer de steekverbinding.
Controleer de sensorwaarden con-
form de tabel.
Branderautomaat defect.
Op elkaar volgende me-
Controleer de kabel naar de retour-
tingen van de retour-
temperatuursensor en de contact-
temperatuur wijken te
punten.
veel van elkaar af.
Controleer de steekverbinding.
Controleer de sensorwaarden con-
form de tabel.
Branderautomaat defect.
Op elkaar volgende me-
Controleer de kabel naar de aanvoer-
tingen van de aanvoer-
temperatuursensor en de contact-
temperatuur wijken te
punten.
veel van elkaar af.
Controleer de steekverbinding.
Controleer de sensorwaarden con-
form de tabel.
Branderautomaat defect.
Bedrijfs- en storingsmeldingen
Maatregel
▶ Vervang eventueel de verbin-
dingskabel.
▶ Los eventuele contactproblemen
op.
Vervang eventueel de temperatuur-
sensor.
▶ Vervang eventueel de tempera-
tuursensor.
▶ Vervang, wanneer de verbin-
dingskabel, de contacten en de
weerstandswaarde in orde zijn,
de branderautomaat.
▶ Vervang bij beschadiging.
▶ Reinigen en eventueel vervangen
in geval van vervuiling.
▶ Sluit losse connectoren weer
aan.
▶ Vervang de temperatuursensor
bij afwijkingen.
▶ Vervang, wanneer de verbin-
dingskabel, de contacten en de
weerstandswaarde in orde zijn,
de branderautomaat.
▶ Vervang bij beschadiging.
▶ Reinigen en eventueel vervangen
in geval van vervuiling.
▶ Sluit losse connectoren weer
aan.
▶ Vervang de temperatuursensor
bij afwijkingen.
▶ Vervang, wanneer de verbin-
dingskabel, de contacten en de
weerstandswaarde in orde zijn,
de branderautomaat.
▶ Vervang bij beschadiging.
▶ Reinigen en eventueel vervangen
in geval van vervuiling.
▶ Sluit losse connectoren weer
aan.
▶ Vervang de temperatuursensor
bij afwijkingen.
▶ Vervang, wanneer de verbin-
dingskabel, de contacten en de
weerstandswaarde in orde zijn,
de branderautomaat.
57