Inbedrijfstelling
5.4
Centrifuge in- en uitschakelen
De centrifuge inschakelen
32 / 76
1
Stikstofuitlaat
2
Stikstofinlaat, gasklep
2 ) bevindt zich aan de achterzijde van de machine
2.
De stikstofinlaat (
en loopt via een pneumatische snelkoppeling met een 6 mm pneuma-
tische slang.
3.
De stikstofuitlaat (
1 ) bevindt zich op het deksel en loopt via een 12
mm slangaansluiting. Plaats de slang op de haakse inschroefverbin-
ding.
4.
Controleer of de netspanning overeenkomt met de specificatie op het
typeplaatje.
5.
Sluit het apparaat met de netvoedingskabel aan op een standaard
stopcontact.
Bewaking van de stikstofstroom
De operator is verantwoordelijk voor het controleren van de stikstofstroom.
Technische voorwaarden
Stikstofinlaat: druk 0,4 bar vóór de gasklep.
Personeel:
■
Getrainde gebruikers
Zet de netschakelaar in de stand
De knoppen knipperen afhankelijk van het type centrifuge.
De volgende displays verschijnen na elkaar, afhankelijk van het
type centrifuge:
■
het centrifugemodel
■
de programmaversie en de netspanning
■
de rotorcode (rotor), het maximale toerental van de rotor (Nmax)
en de centrifugeerradius (R) van de laatste door de rotorde-
tectie herkende rotor.
De weergegeven centrifugeerradius is een standaardwaarde die
aan de gebruikte accessoires moet worden aangepast.
■
Wanneer het deksel gesloten is: Aanduiding
■
Wanneer het deksel open is: De centrifugatiegegevens van het
laatst gebruikte programma of van programma 1.
Rev.: 22 / 11.2023
1
[I] .
„OPEN OPENEN"
2
AB5650nl