7.6.7
Programmavergrendeling
AB5650nl
[START] .
6.
Druk op toets
De instelling wordt opgeslagen.
„Store Settings..." wordt kort weergegeven.
Vervolgens wordt
7.
Druk één keer op de knop
sluiten
of
Druk tweemaal op de knop
machine" af te sluiten
Wanneer de rotor stilstaat, kunnen de volgende programmavergrendelingen
worden ingesteld:
LOCK 1
LOCK 1 wordt weergegeven.
Programma's kunnen alleen worden opgeroepen, maar
niet gewijzigd.
LOCK 2
LOCK 2 wordt weergegeven.
Er kunnen geen programma's worden opgehaald en
gewijzigd. De centrifuge kan worden bediend via de inter-
face (alleen bij centrifuge met interface).
LOCK 3
geen statusweergave
Geen programmavergrendeling. Programma's kunnen
worden opgehaald en gewijzigd.
[PROG] indrukken en ingedrukt houden.
1.
Toets
Na 8 seconden wordt
2.
Druk herhaaldelijk op de toets
weergegeven.
[START] .
3.
Druk op toets
Lock-Status wordt weergegeven.
Als er geen PIN is ingevoerd, wordt bijv.
START" weergegeven.
Als er een PIN is ingevoerd, wordt bijv.
4.
Stel de gewenste status in met de
Als er een PIN is ingevoerd, wordt
weergegeven. In dit geval moet eerst de geldige pincode (PIN)
worden ingesteld met de
[START] worden ingedrukt voordat de Lock-Status kan worden inge-
steld.
[START] .
5.
Druk op toets
Instelling wordt opgeslagen.
„Store LOCK 2" wordt kort weergegeven.
bijv.
Vervolgens wordt
Rev.: 22 / 11.2023
Softwarematige bediening
„-> Settings" weergegeven.
[STOP/OPEN] om „Menu Settings" af te
[STOP/OPEN] om „Menu van de
„***Menu van de machine***" weergegeven.
[PROG] totdat „-> Change Lock" wordt
„LOCK = á3ñ confirm by
„LOCK = 3" weergegeven.
[Draaiknop] .
„PIN = ---- bevestig met START"
[Draaiknop] en vervolgens moet de knop
„-> Change Lock" weergegeven.
59 / 76