Reiniging en onderhoud
Hfdst.
Uit te voeren werkzaamheden
8.3
Reinigen van bio-veiligheidssystemen
8.3
Accessoires reinigen
8.4
Desinfectie
8.4
Apparaat desinfecteren
8.4
Accessoires desinfecteren
8.5
Onderhoud
8.5
Rubberen afdichting van de centrifugaalkamer
invetten
8.5
Rubberen afdichting van bio-veiligheidssysteem
invetten
8.5
Steunpennen invetten
8.5
Accessoires controleren
8.5
Bio-veiligheidssysteem controleren
8.5
De centrifugaalkamer op schade controleren
8.5
Motoras invetten
8.5
Accessoires met beperkte gebruiksduur
8.5
Centrifugebuizen vervangen
8.2
Instructies voor reiniging en desinfectie
66 / 76
GEVAAR
Besmettingsgevaar voor de gebruiker door onvoldoende rei-
niging of het niet naleven van de reinigingsvoorschriften.
−
Neem de reinigingsvoorschriften in acht.
−
Draag bij het reinigen van het apparaat persoonlijke
beschermingsmiddelen.
−
Houd u aan de laboratoriumvoorschriften (bijv. TRBA's,
IfSG, hygiëneplan) voor de omgang met biologische
agentia.
■
Apparaat en accessoires mogen niet in een vaatwasser worden gerei-
nigd.
■
Voer alleen handmatige reiniging en vloeibare desinfectie uit.
■
De watertemperatuur mag niet hoger zijn dan 25 °C.
■
Om corrosie veroorzaakt door reinigings- of ontsmettingsmiddelen te
voorkomen, is het essentieel om de speciale toepassingsinstructies van
de fabrikant van het reinigings- of ontsmettingsmiddel op te volgen.
Rev.: 22 / 11.2023
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
67
67
67
68
68
68
68
68
68
69
69
X
69
X
69
69
69
AB5650nl