Foutbeschrijving
° C * -ERROR 58.6, 58.7
FU/CCI-ERROR 60,
61.2-61.20, 61.128-61.132,
62
FU/CCI-ERROR 61.1
SENSOR-ERROR 90
SENSOR-ERROR 91-93
° C * -ERROR 97, 98
NO ROTOR OR ROTORCODE
ERROR
N > ROTOR MAX
N > ROTOR MAX in Prog: bijv.
3
Runtime 00:00 in Prog: bijv. 3
Leeg programma
Ramp Unit Time in Prog: bijv. 3
AB5650nl
Oorzaak
Temperatuurafwijking te groot.
Fout/defect elektronica/motor.
Netspanning te laag. Fout/defect
elektronica/motor.
Storing/defect elektronica.
Fout/defect onbalanssensor.
Storing/defect elektronica.
Geen rotor geïnstalleerd. Toeren-
teller defect.
Toerental in het geselecteerde pro-
gramma hoger dan het maximale
toerental van de rotor.
Rotor is vervangen. De gemon-
teerde rotor heeft een hoger maxi-
maal toerental dan de eerder
gebruikte rotor. De rotor is nog
niet herkend door de rotorde-
tectie.
De weergegeven programmapo-
sitie bevat een programma
waarvan het toerental hoger is
dan het maximale toerental van de
rotor.
Rotor is vervangen. De gemon-
teerde rotor heeft een hoger maxi-
maal toerental dan de eerder
gebruikte rotor. De rotor is nog
niet herkend door de rotorde-
tectie.
De weergegeven programmapo-
sitie bevat een continu pro-
gramma.
Er is geen programmalink opge-
slagen op de weergegeven pro-
grammapositie.
De weergegeven programmapo-
sitie bevat een programma met
een opstart- en/of uitlooptijd.
Rev.: 22 / 11.2023
Probleemoplossen
Verhelpen
■
Een LICHTNET-RESET uitvoeren.
■
Verhoog de waarde "Error 58
Temp".
■
Een LICHTNET-RESET uitvoeren.
■
Controleer de netspanning.
■
Een LICHTNET-RESET uitvoeren.
■
Een LICHTNET-RESET uitvoeren.
■
Een LICHTNET-RESET uitvoeren.
■
Een LICHTNET-RESET uitvoeren.
■
Open het deksel.
■
Installeer rotor.
■
Controleer en corrigeer het toe-
rental.
■
Stel een toerental in tot het maxi-
male toerental van de eerder
gebruikte rotor. Druk op toets
[START] om rotordetectie uit te
voeren.
■
Controleer en corrigeer het toe-
rental.
■
Stel een toerental in tot het maxi-
male toerental van de eerder
gebruikte rotor. Druk op toets
[START] om rotordetectie uit te
voeren.
■
Vervang het continue programma
in de programmaverbinding door
een programma met tijdsinstelling.
■
Een programmalink oproepen.
■
Vervang het programma in de pro-
grammalink door een programma
met een opstart- en remfase.
71 / 76