7.2.3
Programma invoeren of wijzigen
7.2.4
Automatisch buffergeheugen
7.3
Rotordetectie
AB5650nl
[START] .
3.
Druk op toets
„Program recall..." wordt kort weergegeven.
De centrifugatiegegevens voor de gewenste programmapositie
worden weergegeven
Bij het opslaan worden de eerdere gegevens van de pro-
grammapositie overschreven.
Als "Protected !!" wordt weergegeven, zijn de gegevens op
de programmapositie tegen schrijven beveiligd en wordt er
niets opgeslagen.
1.
Stel de gewenste parameters in.
2.
Druk herhaaldelijk op de toets
wordt weergegeven.
3.
Stel de gewenste programmapositie in met de
Als achter de programmapositie een "+" wordt weer-
gegeven, zijn de gegevens schrijfbeveiligd.
Voordat er iets kan worden opgeslagen, moet de
schrijfbeveiliging worden opgeheven.
[START] .
4.
Druk op toets
Instellingen worden op de gewenste programmapositie opge-
slagen.
„Program store..." wordt kort weergegeven.
Na elke start van een centrifugatieloop worden de centrifugeergegevens
tijdelijk opgeslagen op de programmapositie
opgevraagd.
„0" kunnen geen programma's worden opgeslagen.
Op programmapositie
■
Na de start van een centrifugatieloop wordt er een rotordetectie uitge-
voerd.
■
Als de rotor is vervangen, wordt de centrifugatieloop na rotordetectie
afgebroken. De rotorcode (rotor), het maximale toerental van de rotor
(Nmax) en de centrifugeerradius (R) van de nieuw gedetecteerde rotor
worden weergegeven.
■
Indien het maximale toerental van de gebruikte rotor lager is dan het
ingestelde toerental, wordt het toerental begrensd op het maximale toe-
rental van de rotor.
Vervolgens wordt het programmapositienummer tussen haakjes
weergegeven.
■
Als de cyclusteller is geactiveerd, wordt na het openen van het
deksel kort het aantal uitgevoerde loopcycli (centrifugatielopen) van de
gebruikte rotorcode weergegeven.
Rev.: 22 / 11.2023
Softwarematige bediening
[PROG] totdat de parameter „STO"
[Draaiknop] .
„0" en kunnen deze worden
„( )"
49 / 76