Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Koelmiddelleiding Controleren: Algemene Richtlijnen; Koelmiddelleiding Controleren: Set-Up; Lektest Uitvoeren; Vacuümdrogen - Daikin Vrv 5 Reya10A7Y1B9 Montagehandleiding En Gebruiksaanwijzing

Warmteterugwinning
Inhoudsopgave
15 Installatie van de leidingen
OPMERKING
Stel instelling [2‑21] pas in nadat de buitenunit volledig
geïnitialiseerd is.
Lektest en vacuümdrogen
De koelmiddelleiding controleren betekent:
▪ De koelmiddelleiding controleren op lekken.
▪ Alle vocht, lucht of stikstof uit de koelmiddelleiding verwijderen
door middel van vacumeren.
Als de koelmiddelleiding vocht kan bevatten (bijvoorbeeld water in
de leiding), moet u eerst vacuümdrogen zoals hieronder beschreven
tot alle vocht is verwijderd.
Alle leidingen in de unit zijn in de fabriek op lekken getest.
Alleen lokaal geïnstalleerde leidingen moeten worden gecontroleerd.
Zorg ervoor dat alle afsluiters van de buitenunit goed gesloten zijn
alvorens een lektest uit te voeren of te vacuümdrogen.
OPMERKING
Zorg ervoor dat de kleppen van alle (lokaal voorziene)
lokale leidingen OPEN staan (behalve de afsluiters van de
buitenunit!) voordat u begint met de lektest of het
vacuümdrogen.
Zie
"15.3.3  Koelmiddelleiding controleren:
informatie over de stand van de kleppen.
15.3.2
Koelmiddelleiding controleren: Algemene
richtlijnen
Sluit de vacuümpomp via een verdeelstuk aan op de servicepoort
van
alle
afsluiters
voor
"15.3.3 Koelmiddelleiding controleren:
OPMERKING
Gebruik een 2-trapsvacuümpomp met een terugslagklep of
een elektromagnetische klep die tot een meterdruk van
–⁠ 1 00,7 kPa (−⁠ 1 ,007 bar) kan vacumeren.
OPMERKING
Zorg ervoor dat de olie in de pomp niet in het systeem
terugstroomt wanneer de pomp niet draait.
OPMERKING
Ontlucht NIET met koelmiddel. Gebruik een vacuümpomp
om de installatie leeg te pompen.
15.3.3

Koelmiddelleiding controleren: Set-up

C
p <
p >
g
A
B
h
a
f
d
N
R32
2
b
c
e
a
Reduceerklep
b
Stikstof
c
Weegschaal
d
Fles R32-koelmiddel (hevelsysteem)
e
Vacuümpomp
f
Afsluiter vloeistofleiding
g
Afsluiter gasleiding
h
Afsluiter hogedruk-/lagedrukgasleiding
A
Klep A
B
Klep B
C
Klep C
D
Klep D
Klep
Klep A
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
34
Set-up"  [ 4   34] voor meer
een
grotere
efficiëntie
Set-up" [ 4  34]).
D
Status
Open
Klep
Klep B
Klep C
Klep D
Afsluiter vloeistofleiding
Afsluiter gasleiding
Afsluiter hogedruk-/lagedrukgasleiding
OPMERKING
De aansluitingen op de binnenunits en alle binnenunits
moeten ook worden getest op lekken en op vacuüm. Houd
eventuele (lokaal voorziene) kleppen van lokale leidingen
ook open.
Zie de montagehandleiding van de binnenunit voor meer
informatie. Lektesten en vacuümdrogen moeten worden
uitgevoerd voordat de voeding van de unit wordt
ingeschakeld. Zie anders het eerder in dit hoofdstuk
beschreven
controleren van de
15.3.4

Lektest uitvoeren

De lektest moet in overeenstemming zijn met EN378‑2.
Vacuümlektest
1 Vacumeer het systeem aan de vloeistof- en gasleiding
gedurende meer dan 2 uur tot –100,7 kPa (–⁠ 1 ,007 bar).
2 Schakel de vacuümpomp uit zodra de waarde is bereikt en
controleer of de druk minstens 1 minuut niet stijgt.
(zie
3 Als de druk stijgt, dan bestaat de mogelijk dat in het systeem
vocht aanwezig is (zie vacuüm drogen onder) of dat het
systeem een lekkage heeft.
Druklektest
1 Breek het vacuüm door het onder druk te brengen met
stikstofgas tot een minimum meterdruk van 0,2  MPa (2  bar).
Stel de meterdruk nooit in op een waarde die groter is dan de
maximum bedrijfsdruk van de unit, d.w.z. 4,0 MPa (40 bar).
2 Test
op
lekken
leidingverbindingen.
3 Verwijder alle stikstofgas.
OPMERKING
Gebruik ALTIJD een aanbevolen bellentestoplossing van
bij uw groothandelaar.
Gebruik NOOIT zeepwater:
▪ Zeepwater kan componenten zoals flaremoeren of
deksels van afsluiters doen barsten.
▪ Zeepwater kan zout bevatten, dat vocht opneemt en
bevriest wanneer de leidingen koud worden.
▪ Zeepwater
flareverbindingen kan veroorzaken (tussen de messing
flaremoer en de koperen flare).
15.3.5
Vacuümdrogen
Ga als volgt te werk om al het vocht uit het systeem te verwijderen:
1 Vacumeer het systeem minstens 2 uur tot een streefwaarde
van –100,7 kPa (–⁠ 1 ,007 bar) (5 Torr absoluut).
2 Controleer of de streefwaarde van het vacuüm minstens 1  uur
behouden blijft nadat de vacuümpomp is uitgeschakeld.
stroomschema
(zie
"15.3.1  Over
koelmiddelleidingen" [ 4  33]).
met
een
bellentestoplossing
bevat
ammoniak,
dat
corrosie
REMA5A7Y1B9+REYA8~20A7Y1B9
VRV 5 warmteterugwinning
4P797563-1 – 2024.11
Status
Open
Open
Open
Sluiten
Sluiten
Sluiten
het
op
alle
van
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave