16 Koelmiddel vullen
OPMERKING
Controleer of alle aangesloten binnenunits worden herkend
(zie
[1‑10]
en
monitoringinstellingen" [ 4 46]).
OPMERKING
Controleer of de aanduiding op het 7-segmentendisplay
van de A1P-printplaat van de buitenunit normaal is voordat
u de vulprocedure begint (zie
[ 4 45]).
activeren"
weergegeven, zie
"22.1 Problemen op basis van foutcodes
oplossen" [ 4 52].
OPMERKING
Sluit het voorpaneel voordat u begint met koelmiddel bij te
vullen. Wanneer het voorpaneel niet is gemonteerd, kan de
unit niet controleren of er geen storingen zijn.
OPMERKING
Bij onderhoud en wanneer het systeem (buitenunit+BS-unit
+ lokale leidingen + binnenunits) geen koelmiddel meer
bevat (bijv. na aftappen van het koelmiddel), dan moet
eerst de oorspronkelijke hoeveelheid (zie naamplaatje op
de unit) en de berekende extra hoeveelheid koelmiddel in
de unit worden gebracht.
OPMERKING
▪ Zorg ervoor dat er bij gebruik van vulapparatuur geen
verontreiniging
koelmiddelen.
▪ De vulslangen of vulleidingen moeten zo kort mogelijk
worden gehouden om de hoeveelheid koelmiddel erin
zo klein mogelijk te houden.
▪ Koelmiddelflessen moeten worden opgeslagen zoals
voorgeschreven in de instructies.
▪ Het koelsysteem moet geaard zijn voordat het wordt
gevuld
met
koelmiddel.
installatie" [ 4 40].
▪ Label het systeem wanneer het gevuld is.
▪ Wees heel voorzichtig dat u het koelsysteem niet
overvult.
OPMERKING
Test de dichtheid van het systeem met het gepaste
spoelgas voordat u het vult met koelmiddel. Het systeem
moet na het vullen en voor de inbedrijfstelling worden
getest op dichtheid. Voordat u de site verlaat, moet een
lektest worden uitgevoerd.
16.2
Over koelmiddel bijvullen
Zodra het vacuümdrogen en de lekkagetest beëindigd zijn, kan extra
koelmiddel worden bijgevuld.
Om het vullen van koelmiddel sneller te laten verlopen, wordt bij
grote systemen aanbevolen om eerst een deel van het koelmiddel
vooraf te vullen via de vloeistofleiding, en daarna pas echt te vullen.
Deze stap staat in de onderstaande procedure (zie
vullen" [ 4 38]). U kunt deze stap overslaan, maar dan duurt het
vullen langer.
U vindt een overzicht van de mogelijkheden en de vereiste stappen
in
het
stroomschema
(zie
Stroomschema" [ 4 38]).
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
36
in
"18.1.7
Stand
"18.1.4 Stand 1 of 2
Als
een
storingscode
wordt
gebeurt
door
verschillende
Zie
"17
Elektrische
"16.5 Koelmiddel
"16.4
Koelmiddel
vullen:
16.3
Bepalen hoeveel koelmiddel moet
worden bijgevuld
1:
WAARSCHUWING
De maximale capaciteitsindex van de binnenunits die op
een poort van een BS-unit kunnen worden aangesloten
wordt bepaald op basis van de kleinste kamer die door die
poort wordt bediend.
Als het systeem de laagste ondergrondse verdieping van
een gebouw bedient, geldt er een extra limiet voor de
maximaal toegelaten totale hoeveelheid koelmiddel. Deze
maximaal
toegelaten
bepaald op basis van de oppervlakte van de kleinste
kamer op de laagste ondergrondse verdieping.
Zie
"13 Speciale vereisten voor
maximaal toegelaten totale hoeveelheid koelmiddel te
bepalen.
INFORMATIE
Neem contact op met uw plaatselijke dealer voor het finale
aanpassen van de hoeveelheid koelmiddel in het
testlaboratorium.
INFORMATIE
Schrijf de hoeveelheid extra koelmiddel die berekend is op
voor later gebruik op het label hoeveelheid extra
koelmiddel. Zie
broeikasgassen
OPMERKING
De hoeveelheid koelmiddel in het systeem moet minder
dan 63.8 kg bedragen. Dit betekent dat als de berekende
totale hoeveelheid koelmiddel gelijk aan of meer is dan
63.8 kg, u uw systeem met meerdere buitenunits moet
opdelen in kleinere onafhankelijke systemen met elk
minder dan 63.8 kg koelmiddel. Zie het naamplaatje van
de unit voor de fabrieksvulling.
OPMERKING
De totale hoeveelheid koelmiddel in het systeem MOET
altijd minder zijn dan 63.8 kg.
Formule:
R=[(X
ר19,1)×0,23+(X
1
(X
ר9,5)×0,053+(X
ר6,4)×0,020]×1,04+(A+B+C)
4
5
R
Extra bij te vullen hoeveelheid koelmiddel [kg] (afgerond
op één cijfer na de komma)
X
Totale lengte [m] van vloeistofleiding maat Øa
1...5
A~C
Parameters A~C (zie hieronder)
INFORMATIE
▪ In het geval van een systeem met meerdere
buitenunits, voeg de som van de vulfactoren van de
individuele buitenunits toe.
▪ Bij gebruik van meer dan één BS-unit, voeg de som
van de vulfactoren van de individuele BS-units toe.
▪ Parameter A: Als de aansluitverhouding van de totale capaciteit
van binnenunits (CR)>100%, vul 0,5 kg extra koelmiddel per
buitenunit bij.
▪ Parameter B: Vulfactoren buitenunit
Model
REMA5
REYA8~12
REYA14
REYA16
hoeveelheid
koelmiddel
R32-units" [ 4 18] om de
"16.8 Het label voor gefluoreerde
aanbrengen" [ 4 39].
ר15,9)×0,16+(X
ר12,7)×0,10+
2
3
Parameter B
0 kg
1,2 kg
1,3 kg
REMA5A7Y1B9+REYA8~20A7Y1B9
VRV 5 warmteterugwinning
4P797563-1 – 2024.11
wordt