18 Configuratie
Wat
Instellingen in stand 1
1
veranderen
2
3
Afsluiten en terugkeren
Druk op BS1.
naar de beginstand
18.1.6
Gebruik van stand 2
Lokale instellingen in stand 2 moeten in de master-unit worden
ingevoerd.
Stand 2 wordt gebruikt voor het instellen van lokale instellingen van
de buitenunit en het systeem.
Wat
Instellingen in stand 2
▪ Druk meer dan vijf seconden op BS1
veranderen
om stand 2 te selecteren.
▪ Druk op BS2 om de gewenste
instelling te selecteren.
▪ Druk één keer op BS3 om naar de
waarde
instelling te gaan.
Afsluiten en terugkeren
Druk op BS1.
naar de beginstand
Waarde van de
▪ Druk meer dan vijf seconden op BS1
geselecteerde instelling in
om stand 2 te selecteren.
stand 2 veranderen
▪ Druk op BS2 om de gewenste
instelling te selecteren.
▪ Druk één keer op BS3 om naar de
waarde
instelling te gaan.
▪ Druk op BS2 om de vereiste waarde
van de geselecteerde instelling te
selecteren.
▪ Druk één keer op BS3 om de
verandering te bevestigen.
▪ Druk opnieuw op BS3 om de werking
te beginnen met de gekozen waarde.
18.1.7
Stand 1: monitoringinstellingen
[1-0]
Geeft aan of de gecontroleerde unit een master- of slave-unit is.
Lokale instellingen in stand 2 moeten in de master-unit worden
ingevoerd.
[1‑0]
Geen aanduiding Niet-gedefinieerde situatie.
0
Buitenunit is master-unit.
1
Buitenunit is slave 1-unit.
[1‑1]
Geeft de status van de geluidsarme stand aan.
[1‑1]
0
Unit werkt momenteel niet in de geluidsarme
stand.
1
Unit werkt momenteel in de geluidsarme stand.
[1‑2]
Geeft de status van de werking met stroomverbruikbegrenzing aan.
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing
46
Hoe
Druk één keer op BS1 om stand 1
te selecteren.
Druk op BS2 om de gewenste
instelling te selecteren.
Druk één keer op BS3 om naar de
waarde
van
de
geselecteerde
instelling te gaan.
Hoe
van
de
geselecteerde
van
de
geselecteerde
Beschrijving
Beschrijving
[1‑2]
0
Unit werkt momenteel niet met
stroomverbruikbegrenzing.
1
Unit werkt momenteel met
stroomverbruikbegrenzing.
[1‑5] [1‑6]
Code
Geeft aan ...
[1‑5]
De actuele T
[1‑6]
De actuele T
[1‑10]
Geeft het totaal aantal aangesloten binnenunits aan.
[1‑13]
Geeft het totaal aantal aangesloten buitenunits aan (in geval van
systeem met meerdere buitenunits).
[1‑17] [1‑18] [1‑19]
Code
Geeft aan ...
[1‑17]
De recentste storingscode
[1‑18]
De op 1 na laatste storingscode
[1‑19]
De op 2 na laatste storingscode
[1‑29] [1‑30] [1‑31]
Geeft het resultaat van de lekdetectiefunctie weer.
Resultaat
Beschrijving
Geen gegevens
Storing lekdetectie door abnormale werking
Geen lek gedetecteerd
Lek gedetecteerd
[1‑34]
Geeft het aantal resterende dagen voor de volgende automatische
lekdetectie aan (indien de automatische lekdetectiefunctie is
ingeschakeld).
[1‑40] [1‑41]
Code
Geeft aan ...
[1‑40]
De actuele instelling van koelcomfort
[1‑41]
De actuele instelling van verwarmcomfort
18.1.8
Stand 2: lokale instellingen
[2‑8]
T
-streeftemperatuur tijdens koelen.
e
[2‑8]
0 (standaard)
2
3
4
5
6
7
[2‑9]
T
-streeftemperatuur tijdens verwarmen.
c
[2‑9]
0 (standaard)
1
2
3
Beschrijving
-streefparameterpositie
e
-streefparameterpositie
c
T
-streefwaarde [°C]
e
Automatisch
6
7
8
9
10
11
T
-streefwaarde [°C]
c
Automatisch
41
42
43
REMA5A7Y1B9+REYA8~20A7Y1B9
VRV 5 warmteterugwinning
4P797563-1 – 2024.11