Voor aritmiegebeurtenissen geldt de volgende
prioriteitsvolgorde:
1 Asystolie
2 VF (Ventriculaire fibrillatie)
3 VTACH (ventrikeltachycardie)
4 RUN (ventriculaire run)
5 AIVR (versneld idioventriculair ritme)
6 SVT (supraventriculaire tachycardie)
7 CPT (ventriculair couplet)
8 BGM (bigeminie)
9 TACH (tachycardie)
10 Brady (Bradycardie)
11 Pauze (door de gebruiker selecteerbaar
interval)
12 ARTF (artefact, achtergrondritme)
Voor een beschrijving van de gevallen van aritmie
en verwante gebeurtenissen, zie "Aritmiemodi"
op pagina 243.
Aritmiemodi
Als de aritmiebewaking is geactiveerd, bepaalt de
geselecteerde aritmiemodus hoeveel
gebeurtenissen worden bewaakt. De aritmiemodi
zijn Basis, Geavanceerd en Uit.
OPMERKING
De aritmiemodus Geavanceerd is alleen beschik-
baar als optie volledige aritmie is geactiveerd.
Gebruiksaanwijzing – Infinity
®
Acute Care System – Bewakingstoepassingen – VG8.0
ECG, aritmie en ST-segment
Een aritmie met een hoge prioriteit heeft een hoge-
re prioriteit dan een aritmie met een gemiddeld,
laag of niet gedefinieerde alarmprioriteit.
Een aritmie met een gemiddelde prioriteit heeft een
hogere prioriteit dan een aritmie met een laag of
niet gedefinieerde alarmprioriteit.
Een aritmie met een lage prioriteit heeft een hogere
prioriteit dan een aritmie met een niet gedefinieerde
alarmprioriteit.
De prioriteit voor aritmiegebeurtenissen met
dezelfde prioriteit wordt aan de hand van de
prioriteitsvolgorde bepaald.
In het geval van aritmie-artefacten (ARTF) met een
artefactniveau van 100 %, worden er geen
aritmiegebeurtenissen gedetecteerd behalve bij
bradycardie, pauze en ventriculaire fibrillatie.
Als voor sinustachycardie en ventriculaire tachy-
cardie dezelfde prioriteit is gedefinieerd, heeft ven-
triculaire tachycardie een hogere prioriteit, indien
de hartfrequentie hoog genoeg is en de hartslagen
zijn gedefinieerd als ventriculair hartslagen.
OPMERKING
Aritmieverwerking vindt niet plaats voor
waargenomen gepacete hartslagen.
Wanneer de instelling ASYS/VF alarmen wordt
ingesteld op Altijd aan, worden asystolieën en
ventriculaire fibrillaties altijd gemeld, zelfs wanneer
aritmiebewaking wordt gedeactiveerd.
De volgende tabel somt de Basis en Geavanceerd
aritmiegebeurtenissen op die bij elke
bewakingsmodus worden gerapporteerd. De tabel
vermeldt ook de gedetecteerde gebeurtenissen als
de aritmiemodus Uit staat.
243