Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Voorschriften; Algemeen; Normen En Richtlijnen; Koninklijk Decreet België - Bosch 2500F Installatie- En Onderhoudshandleiding

Condensatie voor stookolie
Inhoudsopgave

Voorschriften

3
Voorschriften
3.1

Algemeen

De lokale regelgeving moet worden aangehouden voor gebouwen waar
het toestel is geïnstalleerd.
De installatie en het onderhoud van het toestel moet worden uitgevoerd
door een gekwalificeerd persoon conform de regelgeving en geldende
voorschriften van het land van installatie.
3.1.1

Normen en richtlijnen

Houd de plaatselijke voorschriften en normen aan voor
de installatie en het bedrijf van het toestel.
Raadpleeg voor installatie en gebruik de landspecifieke standaarden en
regelgeving aan, met name:
• De lokale bouwvoorschriften omtrent de opstellingsvoorwaarden.
• De locale bouwbepalingen voor de toevoer- en afvoerluchtvoorzie-
ning alsmede de schoorsteenaansluiting.
• De bepalingen voor de elektrische aansluiting op de
voedingsspanning.
• De voorschriften en normen betreffende de brandstofaansluiting.
• De voorschriften en normen betreffende de veiligheidstechnische
uitrusting van de cv-installatie.
• De voorschriften en normen betreffende de drinkwateraansluiting.
3.1.2
Koninklijk decreet België
Alleen bij het vervangen van een onderdeel van de brander, kan het no-
dig zijn verbrandingstechnische instellingen te veranderen. Deze instel-
lingen mogen alleen worden uitgevoerd door een gecertificeerde
technicus en My Service.
Dit product voldoet aan de vereisten van het koninklijke decreet d.
d. 08/01/2004 (CO waarde bij 100% brander verwarmingsvermogen is
Nox <115 mg/kWh).
Zie tevens de conformiteitsverklaring:
• KB 2009 NOx - tabel: 17/07/2009
• NBN B 61-002
3.2

Kwaliteit van het cv-water

Gebruik drinkwater bij het vullen en bijvullen van de cv-installatie.
De waterkwaliteit vormt een belangrijke factor voor het
verhogen van de efficiëntie, veiligheid, betrouwbaarheid
en beschikbaarheid van uw cv-installatie.
▶ Zie de handleiding i.v.m. waterkwaliteit voor meer in-
formatie over de eisen aan de waterkwaliteit.
Ongeschikt of verontreinigd water kan leiden tot problemen of schade
aan de warmtewisselaar, veroorzaakt door bijvoorbeeld slib, corrosie en
kalkafzetting.
Ga als volgt te werk:
▶ Spoel het systeem grondig door voordat het toestel wordt geïnstal-
leerd.
▶ Water uit putten en bronnen is niet geschikt als vulwater.
▶ Houd rekening met het totale volume aan kalk dat wordt ingebracht
in de cv-installatie gedurende haar levensduur, door vul- en bijvulwa-
ter, en bescherm het tegen beschadiging met dat in gedachten.
12
▶ Voor systemen met een volume  50 liter/kW (dat wil zeggen bij het
gebruik van buffertanks) moet het water worden behandeld. Een
goedgekeurde oplossing is het volledig verwijderen van zouten van
het vul- en bijvulwater, waarbij een geleidbaarheid wordt bereikt van
 10 μsiemens/cm (= 10 μS/cm).
In plaats van de waterbehandelingsoplossing kunt u een scheidings-
systeem installeren (dat wil zeggen plaatwarmtewisselaar) direct na
de cv-ketel.
▶ Neem contact op met de producent van het toestel voor aanvullende
inhibitoren en antivries-middelen. Raadpleeg altijd het advies van de
fabrikant voor het vullen en continue onderhoud bij het gebruik van
deze oplossingen.
3.3
Aansluiting op verbrandingslucht- en
rookgassystemen
• Houd altijd de laatste versie van de geldende plaatselijke voorschrif-
ten en regelgeving aan.
• Raadpleeg ook de documentatie die wordt meegeleverd met het
rookgasafvoersysteem.
3.4

Ruimteluchtafhankelijk bedrijf

De cv-ketel werkt voornamelijk als een "gesloten" eenheid, maar de cv-
ketel kan, indien gewenst, ook als een "open" eenheid worden gebruikt.
Zorg voor voldoende ventilatie in de stookruimte wanneer het toestel
ruimteluchtafhankelijk wordt gebruikt
▶ Ventilatie-openingen niet afdekken of blokkeren
▶ Ventilatie-openingen moeten altijd vrij worden gehouden
3.5
Rookgassystemen type B
GEVAAR: Levensgevaar door rookgasvergiftiging. On-
voldoende verbrandingsluchttoevoer kan leiden tot ont-
snappen van rookgas.
▶ Verzeker een correcte verbrandingsluchttoevoer.
▶ Toevoer- en afvoeropeningen in deuren, ramen en
wanden mogen niet gesloten zijn of qua afmetingen
gereduceerd zijn.
▶ Zorg voor voldoende toevoer van verbrandingslucht,
ook met achteraf geïnstalleerde apparatuur, dat wil
zeggen afzuigventilatoren in keukens en airco-units
welke lucht naar buiten afvoeren.
▶ Gebruik het toestel niet bij onvoldoende verbran-
dingslucht.
Type B rookgassystemen halen de verbrandingslucht uit de stookruimte.
Rookgas verlaat het toestel via het rookgasafvoersysteem. Er gelden
speciale regels voor installaties van dit type - houd deze vereisten aan. Er
moet voldoende verbrandingslucht beschikbaar zijn.
3.6
Rookgassystemen type C
Type C rookgassystemen halen de verbrandingslucht van buiten het ge-
bouw. Rookgas verlaat het toestel via het rookgasafvoersysteem naar
buiten.
• Raadpleeg de installatie-instructies van het rookgassysteem bij de in-
stallatie van het toestel
3.7

Verbrandingsluchtkwaliteit

Om corrosie te voorkomen, moet de verbrandingslucht vrij zijn van
agressieve stoffen (waterstofhalogeniden, chloor en fluor).
Bosch 2500F – 6 721 836 156 (2021/03)
xx
xx
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

2500f 252500f 32

Inhoudsopgave