OPMERKING: Schade aan de cv-ketel door verontrei-
nigde verbrandingslucht en verontreinigde lucht in de
buurt van het toestel!
▶ Gebruik de cv-ketel nooit in een stoffige en chemisch
agressieve omgeving, dat wil zeggen bij verfspuiten,
kapsalons en boerderijen.
▶ Gebruik de cv-ketel nooit op plaatsen waar trichlo-
rethaan, waterstofhaliden en andere agressieve che-
micaliën worden gebruikt of opgeslagen. Deze
stoffen kunnen zich bevinden in spuitbussen, diverse
lijmen, primers, verf en reinigingsmiddelen. Instal-
leer in dit geval altijd het toestel afgedicht van de
ruimtelucht in een hermetisch afgedichte ruimte,
met ventilatie direct naar de buitenlucht.
3.8
Afvoer en recyclage
• Voer alle delen van de cv-installatie af via een geautoriseerde faciliteit
4
Pre-installatie
4.1
Afvoer van verbrandingsproducten
Het afvoersysteem voor de verbrandingsproducten zoals beschreven in
deze handleiding zijn normaal gebruikelijk op de Europese markt. Ech-
ter, bepaalde daarvan kunnen niet in alle EU-landen worden gebruikt. De
installateur of klant moet waarborgen dat het gekozen rookgasafvoer-
systeem voldoet aan de lokale installatieregels.
Gebruik bij het installeren van rookgasafvoerbuizen, alleen die uitvoerin-
gen die zijn gespecificeerd voor het betreffende toesteltype (zie de tech-
nische gegevens) en welke zijn goedgekeurd conform de norm EN
14471.
De optionele polypropyleen rookgasafvoerbuizen zijn uitsluitend be-
doeld voor combinatie met een condensatieketel, maximale tempera-
tuur 120 °C - de met vocht verzadigde verbrandingsproducten van het
toestel worden afgevoerd bij lage temperatuur.
Selecteer het buismateriaal specifiek voor "oliegestookte condensatie-
ketels" en dit moet corrosiebestendig zijn.
Geschikte materialen goedgekeurd voor de systeemverbranding zijn:
• Roestvrij staal 904 L
• Polypropyleen PPtl
• PVDF
Zie de technische voorschriften CSTB en de technische applicatiedocu-
mentatie (DTA) voor installeren van rookgasafvoerbuizen. De verbran-
dingsproducten moeten worden afgevoerd volgens de voorschriften van
de geldende normen NBN B 61-001 en norm NBN B 61-002.
Zie ook TV 235 van het WTCB.
Wat het type aansluiting ook is,
• Voor het voorkomen van verkeerde aansluiting:
▶ Waarborg dat alle rookgasafvoerbuiskoppelingen (luchtinlaat en af-
voer) goed zijn bevestigd.
▶ Waarborg dat alle afdichtingen zijn geplaatst en niet zijn beschadigd.
▶ Gebruik beugels om het afvoerkanaal aan de wand te monteren - ten
minste een bij elke binnendraad leidingsectie of richtingsverande-
ring.
– Beugels zijn leverbaar als toebehoren.
▶ Gebruik geen vet of olie op de rookgasafvoerbuiskoppelingen.
– Breng vloeibare zeep over ongeveer 5 cm van de koppeling aan
voor een gemakkelijker montage.
Bosch 2500F– 6 721 836 156 (2021/03)
De buisaansluitingen zijn zodanig ontworpen dat con-
densaat zich niet kan verzamelen en te waarborgen dat
het condensaat wegstroomt naar de uitlaat op de cv-ke-
tel. Een afschot van 3° is nodig van de uitmondingsbuis
naar de cv-ketel.
Een steun met instelbare poten kan op het horizontale deel van de toe-
steluitlaat worden geïnstalleerd om de rookgasafvoerbuis te steunen.
4.2
Condensaatafvoer
Bij aansluiten van de condensaatafvoer op het riool, is het van belang
dat:
• Een afschot naar de afvoer wordt aangehouden (50 mm minimale af-
schot voor elke 1 meter horizontale buis).
• De condensaatafvoerleiding moet zijn geïsoleerd of door een ver-
warmde zone lopen, teneinde verstopping door bevriezing te
voorkomen.
• Zorg voor een toegankelijke condensaataftapkraan.
OPMERKING:
▶ De maximale condensaatproductie is 1,5 l/h (100%
belasting bij vloerverwarming) wat overeenkomt met
een gemiddelde condensaatproductie van 10 liter
per dag voor een installatie van 15 kW.
▶ Wanneer de plaatselijke regelgeving de afvoer voor-
schrijven met een neutrale pH, moet een condensaat-
neutralisatiesysteem worden geïnstalleerd tussen de
cv-ketelafvoer en het condensaatafvoerpunt.
2
1
5
Afb. 6
Condensaatafvoer
[1]
Condenssifon (intern in de ketel)
[2]
Universele koppeling
[3]
Leidingwerk Ø 21,5 mm polypropyleen
[4]
Aansluiting naar afvoerwater
[5]
Condensaat uitblaasleiding Ø 21,5 mm polypropyleen
4.3
Systeemvoorbereiding
Geen thermostatische radiatorkranen installeren op alle radiatoren of
het regelventiel van alle radiatoren adequaat instellen om systeemgelui-
den te voorkomen:
Accessoires die worden aangesloten, geïnstalleerd of ingesteld
• Afsluitkranen
– Installeer afsluitkranen op de aanvoer en retour van het systeem
zodat werkzaamheden aan de cv-ketel kunnen worden uitgevoerd
zonder dat de installatie moet worden afgetapt.
• Voor toestellen met warmwaterboilers: zie de bedieningshandleiding
van de warmwaterboiler.
Pre-installatie
3
4
13