Anti-sifonklep
Algemene aanwijzing stookolie
Aanwijzingen voor het
gebruik van bio-olie-blends:
3062383_201805
16 Olieaansluiting met
éénpijpssysteem
Indien de aanzuighoogte of de max. zuigleidinglengte bij een dieper liggende tank groter
is dan in de hierboven vermelde tabel aangegeven, dan is een olietransportaggregaat
met dagtank dichtbij de verwarmingsketel noodzakelijk. Vanuit de dagtank dient de
olievoorziening door de oliebranderpomp van het toestel te kunnen worden uitgevoerd.
De besturing van het olietransportaggregaat dient autonoom t.o.v. de verwarmingsketel
plaats te vinden, d.w.z. er mag voor dit doel géén stuursignaal van de ketel worden
afgetakt. Bij aansluiting van een transportpomp in de toevoerleiding mag de overdruk
max. 0,5 bar bedragen.
Bij anti-sifonkleppen die door onderdruk worden gestuurd, wordt de onderdruk aan de
zuigkant sterk verhoogd. De maximaal toegelaten onderdruk van 0,3 bar in de olieleiding
kan vaak niet worden aangehouden. In dat geval moet een elektromagnetisch gestuurde
anti-sifonklep worden toegepast.
De elektrische anti-sifonkleppen kunnen op twee manieren op de COB worden
aangesloten:
1. De anti-sifonklep wordt op uitgang A1 aangesloten. Daarvoor dient A1 op 9 (ext.
brandstofklep) geparametreerd te zijn, zie HG14.
2. Als uitgang A1 reeds gebruikt wordt (bv. voor een circulatiepomp), kan er een
tussenstekker worden gebruikt. De adapter wordt tussen de motor van de oliepomp
en de stekker van de motor aangebracht.
Omwille van de bescherming van het milieu moet zwavelarme stookolie worden
gebruikt.
1. Toegestane bio-olie-aandelen
De COB (vanaf fabricagedatum mei 2010) kan werken op stookolie met een maximum
alternatief aandeel van 10% –B10- volgens DIN V 51603-6.
2. Kwaliteit van de bio-olie
De bio-olie moet op het tijdstip van het vullen van de tank van de klant voldoen aan
EN 14213.
3. Olieopslagtanks
De klant moet door de fabrikant of leverancier schriftelijk laten bevestigen of de tank
geschikt is voor het gebruik van bio-olie met vermelding van het maximaal toegelaten
FAME-aandeel. Men dient ervoor te zorgen dat ook de tankarmaturen, dichtingen, filters
en olieleidingen geschikt zijn voor bio-olie.
4. Tankreiniging
FAME werkt als een oplosmiddel en lost daarom alle afzettingen en resten in de tank
en de olieleidingen op. Voer daarom een tankreiniging uit voor het vullen met bio-olie.
5. Opslag van bio-olie
Bio-olie is een natuurproduct en heeft een geringere houdbaarheid dan stookolie EL.
Om die reden dient de bio-olie bij lage temperaturen (omgevingstemperatuur tussen 5
°C en 20 °C) te worden opgeslagen en tegen directe zonnestralen (vooral bij tanks van
kunststof) te worden beschermd.
Volgens de huidige stand van kennis zou de bio-olie niet langer dan een jaar mogen
worden bewaard, de minerale olie-industrie zoekt thans naar geschikte additieven om
de houdbaarheid te verhogen.
23