Parametreerbare
Uitgang A1
Parameter HG14
HG14
0
Fabrieksinstelling: 0
Instelbereik: 0 tot 14
36
23 Vakmanniveau - parameters
De functies van de uitgang A1 kunnen enkel met eBus-compatibel WOLF-regelingstoe-
behoren afgelezen en ingesteld worden.
De uitgang A1 kan met de volgende functies bezet worden:
Omschrijving
1
Circulatiepomp 100%Uitgang A1 wordt bij circulatievrijgave door regelings-
toebehoren (BM) aangestuurd. Zonder toebehorenregelaar wordt de uitgang
A1 constant aangestuurd.
2
Circulatiepomp 50%
Uitgang A1 wordt bij circulatievrijgave door regelingstoebehoren (BM) cyclisch
aangestuurd. 5 minuten aan en 5 minuten uit. Zonder toebehorenregelaar
klokt de uitgang A1 constant in een cyclus van 5 minuten.
3
Circulatiepomp 20%Uitgang A1 wordt bij circulatievrijgave door regelingstoe-
behoren (BM) cyclisch aangestuurd. 2 minuten aan en 8 minuten uit. Zonder
toebehorenregelaar klokt de uitgang A1 constant.
4
AlarmuitgangDe uitgang A1 wordt na een storing en na verstrijken van 4
minuten aangestuurd.
5
VlammenmelderDe uitgang A1 wordt na het herkennen van een vlam aange-
stuurd.
7
Rookgasklep / luchttoevoerklep Vóór elke ventilatorstart wordt uitgang A1
aangestuurd. De terugmelding wordt via ingang E1 gecontroleerd. Als ingang E1
niet sluit, beginnen de ventilator en de brander niet te werken en na verloop van
twee minuten wordt FC 8 gegenereerd. De rookgasklep / luchttoevoerklep wordt
zo lang aangestuurd als de ventilator in bedrijf is. Als ingang E1 tijdens het bran-
derbedrijf onderbroken wordt, schakelt de brander uit. In geval van een fout, bv.
drukschakelaar, uitval van de vlam tijdens de werking enz. wordt de rookgasklep na
beëindiging van de naspoeltijd gesloten.
Ingang E1 moet als rookgasklep / luchttoevoerklep geprogrammeerd zijn.
Bij FC8 wordt de ventilator met 65% van de 1e toerentaltrap aangestuurd.
8
Externe ventilatieUitgang A1 wordt omgekeerd ten opzichte van de bran-
der aangestuurd. De uitschakeling van een externe ventilatie (bv. afzuigkap)
tijdens het branderbedrijf is enkel noodzakelijk bij een warmtegenerator met
open systeem.
9
OlieafsluitventielUitgang A1 schakelt gelijktijdig met de oliepomp
11 Externe pompUitgang A1 schakelt gelijktijdig met de verwarmingscircuitpomp
(HKP). Gebruik bij bv. systeemscheiding.
12 OmschakelventielSynchrone aansturing met ingang E1 (E1 = 8, brander-
blokkering)
13 CirculatiepompCirculatiepomp gedurende 5 min. AAN, als ingang E1 (E1 =
6) als circulatietoets geparametreerd en toets ingang E1 gesloten is
14 Pomp bij externe warmtevraag
Gelijktijdige aansturing met ingang E1 (E1 = 10, ext. vraag van de brander)
0, 6, 10, 15 hebben geen functie
3062383_201805