Download Print deze pagina

Wolf COB Montagehandleiding pagina 37

En ontwerpdocumentatie
Voorraadvathysterese
Parameter HG15
HG15
5
Fabrieksinstelling: 5 K
Instelbereik: 1 tot 30 K
Nalooptijd boilerlaadpomp
Parameter HG19
HG19
5
Fabrieksinstelling: 5 min
Instelbereik: 0 tot 10 min
max. boilerlaadtijd
Parameter HG20
HG20
2
Fabrieksinstelling: 2 uur
Instelbereik: 0 tot 5 uur
Minimum keteltemperatuur
TK - min
Parameter HG21
HG21
20
Fabrieksinstelling: 20 °C
Instelbereik: 20 tot 90 °C
3062383_201805
23 Vakmanniveau - parameters
Met de boilerhysterese wordt het inschakelpunt van de boilerlading geregeld. Hoe hoger
de instelling, hoe lager het inschakelpunt van de boilerlading.
Voorbeeld: insteltemperatuur boiler 60 °C
Boilerhysterese 5K
Bij 55 °C begint de boilerlading en bij 60 °C wordt ze beëindigd.
Na het beëindigen van het laden van de boiler in zomerwerking (de boiler heeft de
ingestelde temperatuur bereikt) loopt de boilerlaadpomp maximaal met de ingestelde
tijd na. Indien gedurende de nalooptijd de temperatuur van het ketelwater tot op een
verschil van 5K tussen de ketel- en de boilerwatertemperatuur daalt, dan schakelt de
boilerlaadpomp vroegtijdig uit, om de ketel niet onnodig sterk af te koelen.
Tijdens de winterwerking loopt de boilerlaadpomp na een geslaagde boilerlading vast
om de 2 minuten na (ongeacht parameter HG 19).
Indien de boilervoeler warmte verlangt begint het laden van de boiler. Bij een verwar-
mingsketel die te klein gedimensioneerd is, een verkalkte boiler of een permanent
verbruik van warm water en prioriteitsbedrijf zouden de verwarmingscirculatiepompen
constant buiten bedrijf zijn. De woning zou sterk afkoelen. Om dit te beperken, bestaat
de mogelijkheid een max. boilerlaadtijd vooraf te bepalen. Als de ingestelde maximale
boilerlaadtijd afgelopen is, verschijnt de foutmelding FC52 op de BM-module. De rege-
ling schakelt terug naar verwarmingswerking en schakelt in het ingestelde wisselritme
(HG20) tussen verwarmings- en boilerlaadwerking, ongeacht de boiler al dan niet zijn
insteltemperatuur bereikt heeft. De functie blijft ook in parallel bedrijf actief (parameter
A10 op 1). Ze is enkel buiten bedrijf, als deze op 0 wordt gezet.
Bij verwarmingsinstallaties met een hoog verbruik van warm water, bv. hotel, sportver-
eniging enz. moet deze parameter op 0 worden gezet.
De regeling is met een elektronische keteltemperatuurregelaar uitgerust, waarvan de
min. inschakeltemperatuur ingesteld kan worden. Als de keteltemperatuur bij een vraag
naar warmte onder deze min. inschakeltemperatuur daalt, wordt de brander ingescha-
keld mits rekening te houden met de cyclusblokkering. Indien er geen warmtevraag
actief is, dan kan de minimale keteltemperatuur TK-min tevens worden onderschreden.
37
loading