Maximale warmwatertemperatuur
Parameter A14
A14
65
Fabrieksinstelling: 65°C
Instelbereik: 60 tot 80°C
Aanpassing van de buislengte
Parameter HG00
HG00
3
Fabrieksinstelling: 3
Instelbereik: 1 tot 5
Schakelverschil brander
Parameter HG01
HG01
10
Fabrieksinstelling: 10K
Instelbereik: 5 tot 20K
32
23 Vakmanniveau - parameters
De fabrieksinstelling van de maximumtemperatuur van warm water is 65°C. Als er voor
bedrijfsdoeleinden een hogere warmwatertemperatuur nodig zou zijn, kan deze tot aan
80 °C worden vrijgegeven.
Als de beschermingsfunctie tegen legionella (BM) geactiveerd is, wordt de boiler voor
warm water bij de eerste boilerlading van de dag opgewarmd tot op de ingestelde
waarde van de maximumtemperatuur van warm water.
Er moeten gepaste maatregelen worden genomen als bescherming
tegen vloeistofverbranding.
Parameter HG22 maximale keteltemperatuur moet min. 5K hoger wor-
den ingesteld dan de gekozen maximumtemperatuur van warm water.
In combinatie met het gelaagde reservoir TS zijn temperaturen van
warm water hoger dan 60°C niet toegestaan, omdat dit leidt tot versneld
verkalken van de warmwaterwarmtewisselaar.
Om energie te besparen en als bescherming tegen verkalking mag de
Let op
temperatuur van het warm water vanaf een totale hardheid van 15°dH
(2,5 mol/m³) op maximaal 50°C worden ingesteld.
Vanaf een totale hardheid van meer dan 20°dH raden wij aan een wa-
terbehandeling in de toevoerleiding van het koud water in te zetten
voor de verwarming van het drinkwater om de onderhoudsintervallen
te verlengen (warmtewisselaar voor warm water ontkalken)
Via deze parameter wordt het minimale en maximale toerental van de ventilator parallel
naar beneden of naar boven verschoven.
Hiermee kan de CO
-waarde voor brandertrap 1 en brandertrap 2 gelijktijdig worden
2
aangepast. Zie ook hoofdstuk „CO
Eén eenheid = 120 omw./min
Instelling 3 = instelwaarde stookautomaat
Het schakelverschil van de brander regelt de keteltemperatuur binnen het ingestelde
bereik door het aan- en uitschakelen van de brander.
Het schakelverschil tussen branderfase 1 en branderfase 2 bedraagt altijd de helft van
het schakelverschil.
Zie ook diagram parameter HG31.
-instelling met aanpassing van de buislengte"
2
3062383_201805