Download Print deze pagina

Wolf COB Montagehandleiding pagina 31

En ontwerpdocumentatie
Installateursniveau
Installateur
Codeopvraag
code-NR
- - - -
Fabrieksinstelling: 1
Vorstbeveiligingsgrens
Parameter A09
A09
2.0
Fabrieksinstelling: 2 °C
Instelbereik: -20 tot +10°C
Warmwater-parallelbedrijf
Parameter A10
A10
0
Fabrieksinstelling: 0
Instelbereik: 0 / 1
3062383_201805
23 Vakmanniveau - parameters
Rechter draaiknop indrukken om naar het 2e bedieningsniveau over te gaan. Door de
rechtse draaiknop in de richting van de wijzers van de klok te draaien het menuniveau
„Vakman" selecteren en de selectie bevestigen door opnieuw op de rechtse draaiknop
te drukken.
Op het display verschijnt de codeopvraag.
De juiste code wordt ingesteld door op de rechter draaiknop te drukken (indicatie
knippert op het display) en er vervolgens aan de draaien, van 0 naar 1. Nadat de code
van 0 naar 1 veranderd is, wordt de instelling bevestigd door opnieuw op de rechtse
drukknop te drukken en men bevindt zich op het vakmanniveau.
Indien de buitentemperatuur onder de ingestelde waarde daalt, draait de ketelcircuitpomp
constant. Indien de ketelwatertemperatuur daalt tot onder +5°C, dan wordt de brander
ingeschakeld en verwarmt de ketel tot minstens 20°C.
De fabrieksinstelling mag enkel worden veranderd, als er verzekerd
Let op
is dat de verwarmingsinstallatie en haar componenten bij lage
buitentemperaturen niet kunnen bevriezen.
Bij een ondeskundige bediening kan dit tot functiestoringen leiden.
Let op
Bij de instelling van parameter A09 (vorstbescherming buitentempera-
tuur) moet men er rekening mee houden dat de vorstbescherming bij
temperaturen van minder dan 0°C niet meer gegarandeerd is Daardoor
kan de verwarmingsinstallatie worden beschadigd.
Bij voorrangschakeling warm water (0) wordt de verwarmingscircuitpomp tijdens de
boilerlading uitgeschakeld. De energie van de ketel wordt uitsluitend ter beschikking
gesteld aan de bereiding van het warme water. Van zodra de boiler de ingestelde
temperatuur bereikt heeft schakelt de brander uit en de verwarmingscircuitpompen in.
De boilerlaadpomp loopt tijdens de zomerwerking max. zo lang na als bij de parameter
HG19 (nalooptijd boilerlaadpomp) ingesteld is. Tijdens de winterwerking loopt de
boilerlaadpomp na een geslaagde boilerlading 2 min na.
In het parallel bedrijf warm water (1) blijft de verwarmingscircuitpomp verder werken.
Zodra de boiler de ingestelde watertemperatuur bereikt heeft, is de boilerlading
beëindigd. De boilerlaadpomp loopt tijdens de zomerwerking max. zo lang na als bij
de parameter HG19 (nalooptijd boilerlaadpomp) ingesteld is.
In het parallelle bedrijf warm water (1) kan het verwarmingscircuit
Let op
tijdelijk met een hogere temperatuur werken.
In combinatie met een gelaagd reservoir heeft het parallel bedrijf geen zin.
31
loading