Aanvullende montageaanwijzingen voor lucht-/uitlaatgasgeleiding DN 80/125
Plat dak:
De plafonddoorvoer ongeveer Ø 130 mm (14) in de
dakafdekking kleven.
Schuin dak: Bij (12) de aanwijzing voor de inbouw in de dakhelling
op de kap in acht nemen.
De dakdoorvoer (7) van boven door het dak voeren en met (6) op
de balk of het metselwerk verticaal bevestigen.
De dakdoorvoer mag enkel in de originele toestand ingebouwd
worden. Veranderingen zijn niet toegestaan.
Wanneer een revisieopening voor de lucht-/rookgasgeleiding nodig
is dan moet een lucht-/rookgasafvoerbuis met revisieopening (3)
ingebouwd worden (250 mm lengte voorzien).
Aansluitadapter met meetbuis (2) principieel op de aansluiting van
de oliegestookte HR-ketel monteren.
Scheiden van het rookgasafvoerkanaal via schuifmof (8)
Voor de revisie (3) afsluitbeugel van het revisiestuk losmaken en
verschuiven. Deksel van de revisiebuis losdraaien en afnemen.
Aansluitadapter met
meetbuis
(scheidingsinrichting)
(2)
Alle lucht-/rookgasbuisverbindingen voor de montage bijvoorbeeld met zeepsop bevochtigen of met een passend
Let op
glijdmiddel vrij van silicone invetten.
64
36 Ontwerpaanwijzingen
7
Schuifmof -
Revisiestuk
(3)
(8)
Afstand A
11
Afstand A
10
Afstand A bepalen. Lengte lucht-/rookgasafvoerbuis (4) altijd ca. 100
mm langer dan afstand A. Rookgasafvoerbuis altijd aan de gladde
kant inkorten, niet aan de kant van de mof.
Na het inkorten de rookgasbuis met een vijl afschuinen.
De scheidingsinrichting (8) bij de montage tot aan de aanslag
in de mof schuiven. Het daaropvolgende lucht-/rookgasbuis (4)
50 mm (maat „S") in de mof van de scheidingsinrichting schuiven
en in deze positie absoluut vastzetten bijv. met buisbeugel (5) of
luchtzijdig met een borgschroef.
4
5
8
4
Schuifmof -
(scheidingsinrichting)
Verschuiving
Bochtstuk
Verschuiving
87°
min. 204 mm
45°
min. 93 mm
4
11
4
11
S
S
(8)
3062383_201805