Download Print deze pagina

Wolf COB Montagehandleiding pagina 57

En ontwerpdocumentatie
Algemene aanwijzingen
In het bijzonder wegens veiligheidstechnische redenen
mogen voor de concentrische lucht-/rookgasafvoerbuis
en rookgasafvoerkanalen uitsluitend originele WOLF-delen
worden gebruikt.
De montagevoorbeelden moeten eventueel aan de voorschriften
voor het bouwrecht en aan de voorschriften voor het land in
kwestie aangepast worden. Vragen omtrent de installatie, in het
bijzonder omtrent de inbouw van revisiedelen en luchttoevoer-
openingen, moeten met een erkende vakman besproken worden.
Bij lage buitentemperaturen kan het voorkomen
dat de in het rookgas bevatte waterdamp op de
lucht-/rookgasafvoerbuis condenseert en tot ijs
bevriest. Dit ijs kan soms van het dak naar beneden
vallen en daardoor personen en/of voorwerpen
beschadigen. Door maatregelen, zoals bijvoor-
beeld door de montage van een sneeuwvanger
(door klant te voorzien), kan vermeden worden
dat ijs naar beneden valt.
Wanneer met een lucht-/rookgasafvoerbuis ver-
diepingen overbrugd worden, moeten de leidingen
buiten de opstellingsruimte in een schacht met
een vuurbestendigheidsduur van minstens 90 min.
worden gevoerd. Wanneer deze aanwijzing niet
nageleefd wordt, bestaat bij externe brandbelasting
het gevaar dat brand en rook naar andere verdie-
pingen worden overgedragen. Daardoor bestaat
verstikkingsgevaar of het gevaar van ernstige en
zelfs levensgevaarlijke verbranding en vergiftiging.
Condensatiegasketels met een lucht-/rookgasgeleiding over het
dak mogen enkel op de zolderverdieping of in ruimtes, waarbij
het plafond tegelijkertijd als dak dienst doet of waarbij zich
boven het plafond enkel en alleen de dakconstructie bevindt,
geïnstalleerd worden.
Voor gasketels met een lucht-/rookgasgeleiding via het dak,
waarbij zich boven het plafond enkel en alleen de dakconstructie
bevindt, geldt het volgende:
Wanneer voor het plafond een vuurbestendigheids-
duur wordt verlangd, moeten de leidingen voor
de toevoerleiding van de verbrandingslucht en
de afvoer van de rookgassen in het bereik tussen
de bovenkant van het plafond en de dakbedekking
een bekleding hebben die eveneens deze vuurbe-
stendigheidsduur heeft en die uit niet brandbare
materialen bestaat. Wanneer deze aanwijzing niet
nageleefd wordt, bestaat bij externe brandbelasting
het gevaar dat brand en rook naar andere verdie-
pingen worden overgedragen. Daardoor bestaat
verstikkingsgevaar of het gevaar van ernstige en
zelfs levensgevaarlijke verbranding en vergiftiging.
Wanneer voor het plafond geen vuurbestendig-
heidsduur voorgeschreven is, moeten de leidingen
voor de toevoerleiding van de verbrandingslucht
en de afvoer van de rookgassen van de bovenkant
van het plafond tot aan de dakbedekking in een
schacht uit niet brandbare, vormvaste materialen
of in een metalen veiligheidsbuis worden gelegd
(mechanische bescherming). Wanneer deze aan-
wijzing niet nageleefd wordt, bestaat bij externe
brandbelasting het gevaar dat brand en rook naar
andere verdiepingen worden overgedragen. Daar-
door bestaat verstikkingsgevaar of het gevaar van
ernstige en zelfs levensgevaarlijke verbranding en
vergiftiging.
3062383_201805
36 Ontwerpaanwijzingen
Een afstand van de concentrische lucht-/rookgasafvoerbuis
van brandbare materialen en/of brandbare componenten is niet
noodzakelijk, aangezien bij het nominale verwarmingsvermogen
geen hogere temperaturen als 85 °C optreden.
Let op
Aansluiting op de lucht-/rookgasafvoerbuis
De rookgasafvoerbuizen moeten op hun vrije doorsnede gecon-
troleerd kunnen worden. In de technische ruimte moet minstens
een dienovereenkomstige revisie- en/of testopening in afstem-
ming met erkende vakman geplaatst worden.
Rookgascascade
Rookgascascades zijn uitsluitend geschikt voor open systemen.
Ze moeten volgens EN 13984-1 worden ontworpen.
Rookgastemperatuurbegrenzer
De elektronische rookgastemperatuurbegrenzer schakelt bij
een rookgastemperatuur van meer dan 120 °C het toestel uit.
Let op
De lucht-/rookgasafvoerbuis mag zonder schacht
niet door andere opstellingsruimten gevoerd wor-
den, aangezien geen mechanische bescherming
verzekerd wordt. Bovendien bestaat bij externe
brandbelasting het gevaar dat brand en rook naar
andere verdiepingen kunnen worden overgedra-
gen. Daardoor bestaat gevaar van ernstige en zelfs
levensgevaarlijke verbranding en vergiftiging.
Schoorsteenschachten waarop voorheen olie-
ketels of ketels voor vaste brandstoffen waren
aangesloten, dienen door de schoorsteenveger
grondig te worden gereinigd. Er mogen geen
stofdeeltjes van zwavel- of roetresten op het
inwendige oppervak van de schoorsteenschacht
achterblijven. Als dit niet mogelijk is, moet er een
gescheiden luchttoevoerleiding worden geplaatst.
Indien de verbrandingslucht via de gereinigde
schacht aangezogen wordt, kan er omwille van
het eerdere gebruik geurontwikkeling in de op-
stelruimte ontstaan.
Bevestiging van de lucht-/rookgasafvoerbuis
of het rookgasafvoerkanaal buiten de schachten
door afstandbeugels met een minimum afstand
van 50 cm tot de aansluiting van het toestel of
na en/of voor omleidingen, zodat een beveiliging
tegen uit elkaar trekkende buisverbindingen ver-
zekerd wordt. Indien niet nageleefd bestaat gevaar
voor ontsnappend rookgas. Daardoor ontstaat
dan weer verstikkingsgevaar of het gevaar van
ernstige en zelfs levensgevaarlijke vergiftiging.
Bovendien kunnen personen verwondingen
oplopen en het toestel beschadigd raken door
vallende onderdelen.
Een rookgascascade is alleen toegelaten met
een gekeurde rookgasklep. Bij werking met een
ondichte rookgasklep bestaat verstikkingsgevaar
of gevaar van ernstige en zelfs levensgevaarlijke
vergiftiging door vrijkomend rookgas.
Wanneer de ontstoringstoets ingedrukt wordt
gaat het toestel opnieuw in bedrijf. Voor het
ontstoren van de ketel moet de oorzaak van de
uitschakeling worden bepaald. Het ontstoren
ondanks hoge rookgastemperatuur kan leiden
tot schade aan het rookgassysteem.
57
loading