Bevestigingspunten met trekontlasting voor de communicatiekabels bevinden zich aan de rechter- en
linkerzijde van de kabelgoot.
Signaalingangen kunnen voor verschillende functies worden geconfigureerd. Doorgaans zijn deze
functies ofwel informatief (bijvoorbeeld "Op generator") of functioneel (bijvoorbeeld externe opdracht
"Omschakelen naar bypass").
5 5 . . 7 7 . . 2 2
B B e e d d r r a a d d i i n n g g s s i i n n t t e e r r f f a a c c e e v v a a n n d d e e a a c c c c u u b b e e v v e e i i l l i i g g i i n n g g
Bij gebruik van de originele accukast van de fabrikant wordt de interfacebedrading voor de
accubeveiliging bij de kast geleverd. De bedrading wordt op de X5- en X6-aansluitingen in de UPS
aangesloten.
Bij gebruik van een accusysteem van derden moet de beveiliging worden uitgerust met een hulpsignaal
en moet deze, indien nodig, een 24 V shuntafschakeling hebben voor het extern openen van de
beveiliging.
Zie paragraaf
Bedrading van de accu-afschakeling voor installatie-instructies.
5.5.2
5 5 . . 7 7 . . 3 3
A A a a n n s s l l u u i i t t i i n n g g e e n n v v a a n n d d e e r r e e l l a a i i s s u u i i t t g g a a n n g g - - i i n n t t e e r r f f a a c c e e
Het algemene alarmrelais is een potentiaalvrije relaissignaaluitgang. Het relais kan worden gebruikt om
de bedieners over UPS-alarmsituaties te informeren, bijvoorbeeld via een gebouwbeheersysteem. Het
relais wordt standaard geconfigureerd voor activeren als het algemene UPS-alarm actief is, dat wil
zeggen in iedere situatie waarin de ALARM-status actief is. Het relais kan ook worden geconfigureerd voor
activeren in een andere situatie, maar dit moet door bevoegde servicemedewerkers worden uitgevoerd.
De signaalbedrading van het relais kan uitsluitend worden geïnstalleerd via de signaalkabelgoot die van
achter naar voren in het bovenste gedeelte van de UPS loopt.
Extra relaisuitgangen zijn verkrijgbaar met MiniSlot-kaarten. Relaisuitgangen kunnen worden
geconfigureerd voor activeren in verschillende situaties. Het configureren kan worden uitgevoerd door
een erkende klantenservicemonteur van Eaton of door Eaton erkende gekwalificeerde
servicemedewerkers.
5 5 . . 7 7 . . 4 4
A A a a n n s s l l u u i i t t i i n n g g e e n n v v a a n n d d e e i i n n d d u u s s t t r r i i ë ë l l e e r r e e l l a a i i s s k k a a a a r r t t - - i i n n t t e e r r f f a a c c e e
Relais K1 t/m K5 hebben dezelfde functie. Iedere uitgangscontactfunctie kan door de gebruiker worden
toegewezen. De UPS-informatie kan ook configureerbaar zijn.
De industriële relaiskaart (INDRELAY-MS) installeren:
1. Controleer of het hulpapparatuursysteem is uitgeschakeld en of alle voedingsbronnen zijn
afgekoppeld. Zie de betreffende bedieningshandleiding van een hulpapparaat voor instructies voor
uitschakelen.
2. Steek de bedrading vanuit de kaart naar de bewakingsapparatuur met gebruikmaking van de juiste,
dubbel geïsoleerde kabel door de kabeluitvoeropening in de kaart.
3. Sluit de bedrading tussen de aansluitblokken en de bewakingsapparatuur met behulp van
aansluitklemmen aan. Sluit één draad op COM (Common = gemeenschappelijk) aan en een ander op
NC of NO om de optie Normaal Open of Normaal Gesloten te kiezen.
4. Plaats de kaart in een open MiniSlot-communicatiecompartiment in de UPS-kast.
EATON 93PM UPS
GEBRUIKERS- EN
INSTALLATIEHANDLEIDING
P-164000249 - 007 2023
www.eaton.eu
6 6 7 7