Voorbeeld
Commando/beschrijving
Invoer
Resultaat
C—R Complex naar reéel;
2:
2:
2
verdeelt een complex getal
1:
(233)
1:
3
(of een complexe matrix) in
twee reéle getallen (of reéle
matrices) die het reéle deel en
het imaginaire deel
weergeven.
DTAG Verwijder markering;
2:
2:
2
verwijdert de markering van
1:
C253
1
3
een gemarkeerd object.
EQ— Vergelijking naar
2:
2:
'A
stapelgeheugen; splitst een
1:
'"A=B+C"'
1:
"B+
vergelijking in een linker- en
rechterzijde.
2
2:
'EHC
1:
"B+ |
1:
5
GET Zoekt het nde element
=
[4 5 812
van een vector, een matrix of
1:
21
5
een lijst, of het Ln m:
element van een matrix (n
2:
[[4 5 &]
staat in niveau 1).
[v 2 211
2:
1:
4]
1:
7
2:
[[4 5 6]
[7 2 211
2:
1:
21 x1:
7
2
AE C
ot
1:
2]
1:
'EB
98
4: Objecten