Vermenigvuldigen en delen. U kunt een vector vermenigvuldigen met
of delen door een reéel of complex getal.
Inwendig produkt, uitwendig produkt en lengte. DOT geeft het
inwendig produkt van twee vectoren; CROSS geeft het uitwendig produkt.
Als u ABS op een vector toepast, krijgt u de lengte of de grootte.
Zie voor voorbeelden van het gebruik van DOT, CROSS en ABS
"Berekeningen met 2D en 3D vectoren" op pagina 191.
Rekenkundige bewerkingen met matrices uitvoeren
De inverse van een matrix berekenen. Het INV commando ((1/x])
berekent de reciproke van een vierkante matrix.
Voorbeeld. Bereken de inverse van de volgende matrix:
12
14
Voer de matrix in (de onderstaande toetsaanslagen worden in de
commandoregel ingevoerd).
EE
Pd
[PARTS]PROEHYP [MATH[VECTR] EASE
Bereken de inverse.
1: [CL cg 1
PRET]PROEHYP[MATR]YECTR]EASE
Matrices optellen en aftrekken. Gebruik de
en [=] toetsen voor het
optellen en aftrekken van matrices in niveau 1 en 2. De matrices moeten
dezelfde dimensies hebben.
Een matrix vermenigvuldigen met of delen door een getal. U
berekent het resultaat door elk element in de matrix te delen door of te
vermenigvuldigen met een reéel of complex getal. Bij deling moet de
scalair in niveau 1 staan.
380
20: Matrices