Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 83

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Het gebruik van de commandoregel
De commandoregel verschijnt als u tekst invoert of bewerkt (dit geldt niet
als u de EquationWriter of de MatrixWriter gebruikt).
Gegevens verzamelen op de commandoregel
U kunt een willekeurig aantal tekens intoetsen op de commandoregeltot
de helft van de beschikbare geheugenruimte in gebruik is. Gebruik
spaties, "nieuwe regel" tekens ([][«2]) of scheidingstekens om
afzonderlijke tekst die bij andere objecten hoort, af te bakenen. U kunt
bijvoorbeeld 12
34 intoetsen en vervolgens op
drukken om
de getallen in het stapelgeheugen in te voeren, of op
om ze in te
voeren en op te tellen.
Als de commandoregel in de display staat:
ms Worden de tekens gewoonlijk ingevoegd op de huidige positie van de
Cusor.
® Zijn de cursortoetsen [«], [>], [A], en [V] actief. (Soms beslaat de
commandoregel meer dan één regel in de display.) In combinatie met
de rechtershift toets ([*](«], [][»], etc.) wordt de cursor naar het
begin van de regel, het einde van de regel etc. verplaatst.
m wordt met [¢] het teken links van de cursor gewist.
m wordt met
het teken op de huidige positie van de cursor
verwijderd.
ms wordt met (€] [EDIT] het EDIT menu getoond, waarin extra
mogelijkheden voor het bewerken staan. (Als de commandoregel
slechts één regel beslaat, wordt ook met (¥] het EDIT menu
getoond.)
m wordt met [A] het Interactief Stapelgeheugen gekozen als de
commandoregel slechts één regel beslaat.
m verwerkt u met [ENTER] de tekst in de commandoregel, waarbij de
gegevens worden verplaatst naar het stapelgeheugen en de
commando's worden uitgevoerd.
Zoals u in het onderstaande voorbeeld kunt zien, is het mogelijk in de
commandoregel commando's in te typen die na elkaar uitgevoerd moeten
worden.
3: Het stapelgeheugen en de commandoregel
81
loading