Voorbeeld. Bereken het volgende produkt:
213
| 422 | [311]
Voer de matrix in.
(>) MATRIX]
1: LL 2 l 3 }
2 [SPC] 1 [SPC] 3 [ENTER] [V]
4 [SPC] 2 (SPC) 2 [ENTER]
ARETERET
Toets de vector in en voer de vermenigvuldiging uit.
(«21 3 [SPC] 1 [SPC] 1 [x]
1:
[ 18 16 ]
PHETS] PROE HYP [MATK[VECTR]EASE
Een vector delen door een matrix. De vector moet in niveau 2 staan.
Het aantal elementen in de vector moet gelijk zijn aan het aantal kolomen
in de vierkante matrix. Vector/matrix delingen worden gebruikt om een
stelsel van lineaire vergelijkingen op te lossen.
Een stelsel van lineaire vergelijkingen oplossen
Als u een stelsel van n lineaire vergelijkingen met n onbekenden wilt
oplossen, deelt u de constante vector met n elementen door de
coéfficientmatrix n x n.
Voorbeeld. Los het volgende stelsel van drie lineaire, onafhankelijke
vergelijkingen met drie onbekenden op:
x +y +22 =13
x+y -& =-1
-x +2 +5 =13
Voer de constante vector in.
[)(MATRIX) 13 (SPC) 1G) BFC) 13
[1:
[13-113]
PAETZ]PEDEHYP[HATH[MECEASE
382
20: Matrices