De regels van algebraische prioriteit
De prioriteit van operanden in een algebraische uitdrukking bepaalt de
volgorde voor de berekening van termen. Bewerkingen met een hogere
prioriteit worden het eerst uitgevoerd. Algebraische uitdrukkingen
worden van links naar rechts uitgevoerd voor operanden met dezelfde
prioriteit. In de volgende lijst staan de functies van de HP 48 in volgorde
van prioriteit gerangschikt, van de hoogste (1) tot de laagste prioriteit
(11):
1. Uitdrukkingen tussen haakjes. Uitdrukkingen tussen geneste
haakjes worden van binnen naar buiten geévalueerd.
2. Functies zoals SIN of LOG, waarbij argumenten tussen haakjes
vereist zijn.
I (factor).
Machten (©) en wortels (I).
De termen negatief maken (-), vermenigvuldigen (*) en delen (+).
Optellen (+) en aftrekken (=).
Vergelijkende operanden (== # ¢ > £ 2).
De logische operanden AND en NOT.
De logische operanden OR en XOR.
10. Het linker argument voor | (waarbij).
11. Is-gelijk teken (=).
Hieronder staan enkele voorbeelden:
m 'A~3+B' verheft eerst 4 tot de derdemacht, en telt daarna B bij dit
getal op, omdat ~ een hogere prioriteit heeft dan +
® 'A~(3+B>' verheft eerst A tot de macht 3+B, omdat een
uitdrukking tussen haakjes een hogere prioriteit heeft dan ~.
8: Meer over algebraische objecten
141