Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 92

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Begin een nieuwe rij en voer de drie waarden in. U kunt ze é€én voor één
invoeren of in é€én keer, en daarbij de waarden scheiden met spaties.
v)
4 [SPC] 5 [SPC] 3 [*/-] [ENTER]
-1 s
FEO NEI HED ET
Voer nu de matrix in niveau 1 in.
[212]
[1-28]
[45-31]
TEGTITGTA(THTrE
Om de vermenigvuldiging uit te kunnen voeren moet de matrix in niveau 2
en de vector in niveau 1 staan, zodat de niveaus verwisseld kunnen
worden. (Als u op [»] drukt als er geen commandoregelis, heeft dit
dezelfde functie als (€)(SWAP].)
>)
2: (01-28) [45
RATS]PROE]HIP[MATHELERSE
Vermenigvuldig de twee waarden met elkaar.
(x]
B71]
PHET:]POEHYP [MATH[VECTR]ESE
Matrices en vectoren worden besproken in hoofdstuk 20.
Namen
Namen worden gebruikt om variabelen te identificeren. Als u een naam in
het stapelgeheugen wilt zetten, moet u deze tussen ' tekens zetten.
Voorbeeld. Voer de namen 41 en BI in en vermenigvuldig ze.
Voer de namen in het stapelgeheugen in. Als u op [J drukt, verschijnt de
ALG indicator.
[) A1 [ENTER]
(] B1 [ENTER]
2s
'Al'
FRE MARIEACOATEAEET
90
4: Objecten
loading