Rekenkundige bewerkingen op het numerieke deel van een
eenheidsobject. De volgende functies, die uitgebreid worden behandeld
in hoofdstuk 9 "Standaard wiskundige functies", kunnen op het numerieke
deel van eenheidsobjecten worden uitgevoerd. Iedere functie geeft een
eenheidsobject als uitkomst. Van het eenheidsobject dat als argument
dient, blijft het gedeelte waarin de eenheid wordt uitgedrukt onveranderd.
ABS
IP
CEIL
NEG
FLOOR
RND
FP
TRNC
De SIGNfunctie, die ook in hoofdstuk 9 wordt besproken, geeft als
uitkomst een getal waarmee het teken van het getal wordt aangeduid: +1
voor een positief getal, —1 voor een negatief getal en 0 als het getal 0 is.
Het creéren van eenheidsobjecten met de
EquationWriter
Met de EquationWriter kunt u algebraische uitdrukkingen schrijven die
eenheidsobjecten bevatten. De uitdrukking van eenheid wordt
weergegeven zoals u die op papier zou noteren: inverse eenheden worden
als breuk weergegeven, en exponenten als superieur (zie pagina 253 in
hoofdstuk 16).
Voorbeeld: het creéren van een eenheidsobject met de
EquationWriter. Gebruik de EquationWriter om het volgende
eenheidsobject te creéren:
Kies de EquationWriter. Toets het getal in en begin de uitdrukking van
eenheden.
(+2) [EQUATION]
32 [I
32_0
[PHET:]POEHYP[MATR]VECTR]EAZE
220
13: Het werken met eenheden