Wijzig de Hin een I en plaats de uitdrukking weer terug in de
EquationWriter. (De HP 48 heeft ongeveer 10 seconden nodig om de
uitdrukking weer terug te plaatsen in de EquationWriter.)
a
so
DEL
Ssinza) 0
I=1
PHET:]PEOEHYP[MATH[VECTE]ENE
De Selectie-omgeving. De Selectie-omgeving is een speciaal gedeelte
van de EquationWriter dat wordt gebruikt om een deeluitdrukking in de
vergelijking te specificeren. U krijgt toegang tot deze omgeving door in de
EquationWriter op [4] te drukkken. In de volgende paragrafen leert u hoe
de Selectie-omgeving gebruikt wordt om een bepaalde deeluitdrukking te
bewerken. Een deeluitdrukking bestaat uit een functie met bijbehorende
argumenten. De functie die een deeluitdrukking definieert,is de functie
met het hoogste niveau voor die deeluitdrukking. Zo is bijvoorbeeld
binnen de uitdrukking 'A+E*C~D', x de functie met het hoogste niveau
in de deeluitdrukking 'E#C', / de functie met het hoogste niveau in de
deeluitdrukking 'E#C~D' en + de functic met het hoogste niveau in de
deeluitdrukking ' A+E#C[r'.
In de laatste paragraaf in dit hoofdstuk, "Introductie van de Rules
toepassing", ziet u hoe de Selectie-omgeving gebruikt wordt om voor een
bepaalde deeluitdrukking een nieuwe algebraische rangschikking te
maken.
Een deeluitdrukking bewerken. In de Sclectie-omgeving geeft u een
deeluitdrukking van een vergelijking aan, die u in de commandoregel wilt
bewerken.
1. Als de vergelijking eindigt met een deeluitdrukking waarvan de
argumenten nog niet zijn ingetoetst, moet u deze eerst intoetsen.
2. Druk op [«]. Hierdoorstelt u het Selectiemenu en de selectiecursor
in werking. De cursor markeert eerst het laatste object in de
vergelijking.
3. Gebruik de cursortoetsen om de selectiecursor te verplaatsen naar
de functie met het hoogste niveau voor de deeluitdrukking die u wilt
bewerken. U kunt op elk gewenst moment op EXFR drukken om
de bijbehorende deeluitdrukking te markeren. (U kunt ook een
afzonderlijk object, bijvoorbeeld een naam, aangeven als
"deeluitdrukking".)
262
16: De EquationWriter