Niveau 1 en 2 omwisselen
Met het SWAP commando ([¢q)(SWAP)) kunt u de inhoud van niveau 1
en niveau 2 verwisselen. (Als er geen commandoregelis, wordt SWAP
met [»] uitgevoerd.) SWAP kan gebruikt worden bij commando's waarbij
de volgorde belangrijk is, zoals — ([=]), / ([£]) en ™ (*)).
Voorbeeld. Gebruik [¢9][SWAP] om 2 te berekenen.
vV13+8
BerekenVv 13 + 8:
13
8
L:
4, 582579569496
IAEA ENORB
Voer 9 in en verwissel niveau 1 en 2.
9 [(«1][SWAP]
Voer de deling uit.
=
1:
1,96396181212
Het stapelgeheugen wissen
Met het DROP commando ([4q](DROP]) wordt het object in niveau 1
verwijderd. (Als er geen commandoregel is, wordt het DROP commando
uitgevoerd met [¢].) De overige gegevens schuiven één niveau omlaag.
Met het CLEAR commando ([*](CLR]) wordt het gehele stapelgeheugen
gewist.
De laatste argumenten herstellen
Als u LASTARG ([*][LAST_ARG]) uitvoert, worden de argumenten van
het laatst uitgevoerde commando in het stapelgeheugen gezet, zodat u ze
opnieuw kunt gebruiken.
68
3: Het stapelgeheugen en de commandoregel