Kies het PLOTR menu en toets de vergelijking in. Sla de vergelijking
(zonder naam) op in EQ. Stel het plottype CONIC in.Stel de
plotparameters in. Gebruik CENT en SCALE om een "ronde" cirkel
te tekenen.
()(PLOT]
PIot type: CONIC
0X2
-
Y []2[+]) 4 [x] X
H2x]Y[ES5 MEO
13
(\) DRAW
ys
6.2
6.4
PTYPE COHIE
[ELGENEAHEGAE
[NXT) NXT) [J X INDEFP
NXT) [JY DEFH
(«QJ[()J 0 [SPC] 0 CEHT
2 [SPC] 2 SCHLE
Plot het konische deel.
(«q)[PREV
ERASE [RAW
1
pe
pt
LN
+
YY
BIRETRE EEE ETE
Bij konische graficken plot de HP 48 afzonderlijk de twee vertakkingen
van het konische deel. Evenals in het vorige voorbeeld kan dit één of twee
discontinuiteiten in de gekoppelde grafiek tot gevolg hebben.U kunt het
optreden van discontinuiteiten voorkomen door een hogere resolutie aan
te geven (het interval tussen geplotte punten verkleinen; zie "De resolutie
aangeven" op pagina 344).
Polaire grafieken
In polaire graficken is de polaire hoek de onafhankelijke variabele.
354
19: Meer informatie over plotten en grafische objecten