m In het middelste gedeelte worden het stapeigeheugen en de
commandoregel getoond.
m In het onderste gedeelte staan de menulabels die de huidige functies
van de zes menutoetsen bovenaan het toetsenbord aangeven.
Het stapelgeheugen
Het stapelgeheugen is een serie geheugenplaatsen voor het bekijken en
bewerken van gegevens. Het is in ingedeeld in niveaus — niveau 1, 2, 3 etc.
Meestal voert u gegevens in het stapelgeheugen in en voert u vervolgens
commando's uit om de gegevens te bewerken.
In de stapelgeheugen display ziet u niveau 1 en de daaropvolgende
niveaus die getoond kunnen worden. Als u gegevens invoert, wordt het
stapelgeheugen groter om meer informatie te kunnen verwerken. Het
aantal niveaus wordt alleen beperkt door de hoeveelheid beschikbare
geheugenruimte.
De commandoregel
De commandoregel wordt gebruikt om tekst in te typen en te bewerken.
Als u meer dan 21 tekens invoert, verschuift de informatie aan de
linkerkant van de display. Door . . . wordt aangegeven dat er "aan de
linkerkant" nog meer informatie staat.
Voorbeeld: het gebruik van het stapelgeheugen en de
commandoregel. De volgende toetsaanslagen laten zien hoe het
stapelgeheugen en de commandoregel gebruikt worden om v 15+23 te
berekenen.
Wis het stapelgeheugen.
[=] (CLR]
{ HOME }
4:
3:
2
PRRT3PDEHPIMATEIYECTERSE
Type 15 op de commandoregel.
15
[im
|
[PRET]PROE]HYP[MATEVECTH]ESE
48
2: Het toetsenbord en de display