Gebruik de EquationWriter om de uitdrukking in te toetsen.
[«)[EQUATION] X (7) 3 5] [0
2X [12] [£)
3
2
10X [#1] 10
KX -2K -18-X+1680
[PHET:]PEOEHYP[MATR[VECTR]ERE
Sla de vergelijking op als de huidige PLOT vergelijking.
{ HOME }
FRa
[«](PLOT]NEW
Name the gquat ion,
press ENTE
4
III I
De HP 48 vraagt u met een melding een naam van een variabele in te
voeren en activeert het alfa-toetsenbord. Voer de naam PI in. Stel de
plotparameters opnieuw in en teken de grafiek met een automatische
schaalverdeling voor de y-as.
P1 [ENTER
4
FLOTR
RESET
tm
ti
(«a][PREV] AUTO
[2-E0:]CENT JCO0RD|LAEEL
De HP 48 tekent de grafiek en toont vervolgens een menu met
bewerkingen die u kunt toepassen op de grafiek.
Gebruik de cursortoetsen om de grafische cursor (+) te verplaatsen naar
de positie linksboven in de grafiek, zoals hieronder is aangegeven, en druk
op [x].
gebruik [4] en [«]
4
om de cursor naar linksboven
te verplaatsen en druk
vervolgens op [x]
p
2-£0:]CENT [CO0KU[LHEEL] FCN
18: Fundamentele plotfuncties en functie-analyse
305