Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 261

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Algebraische uitdrukkingen en
eenheidsobjecten bekijken in de EquationWriter
Een eerder ingevoerd(e) algebraische uitdrukking of eenheidsobject
bekijkt u als volgt in de EquationWriter:
1. Plaats het object in niveau 1. (Als het object in een variabeleis
opgeslagen, plaatst u de naam van de variabele in niveau 1.)
2. Druk op [V¥]. (Druk op [][¥] als de naam van een variabele in
niveau 1 staat.) De algebraische uitdrukking of het eenheidsobject
wordt in de EquationWriter gezet met de cursor aan het einde van
de uitdrukking. Als de uitdrukking groter is dan de display, drukt u
op (\a)[GRAPH] en vervolgens op [4] om het displayvenster te
verschuiven over de rest van de uitdrukking.
U zult merken dat de HP 48 afhankelijk van de lengte en complexiteit van
de uitdrukking één minuut of langer nodig heeft om de algebraische
uitdrukking of het eenheidsobject in de EquationWriter te tonen.
Vergelijkingen bewerken
Er zijn verschillende mogelijkheden om vergelijkingen in de
EquationWriter te wijzigen:
m Met de backspace-toets.
m Met de commandoregel.
m Een object van het stapelgeheugen invoegen in de vergelijking.
m Een deeluitdrukking vervangen door een algebraische uitdrukking uit
het stapelgeheugen.
Bewerken met de backspace-toets
Als u bij het invoeren van een uitdrukking in de EquationWriter een
vergissing maakt, kunt u altijd op [¢] drukken om de cursor terug te
plaatsen op de vergissing, en de tussenliggende tekens te wissen. Als u
echter een afgesloten deeluitdrukking (een uitdrukking die beé€indigd
wordt door op [»] te drukken) of een hele functienaam met de
backspace-toets wist, gaat dat erg langzaam. Gewoonlijk wordt deze toets
alleen gebruikt om een verkeerd getypt teken of cijfer te corrigeren.
16: De EquationWriter
259
loading