Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 180

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
wg}
Bij het invoeren van een complex getal als deel van een
algebraische uitdrukking, gebruikt u (](,] om het reéle en
Opmerking imaginaire deel te scheiden. [€)[] geeft een puntkomma
als scheidingsteken als het breukteken een komma is, en
een komma als het breukteken een punt is.
Voorbeeld: het gebruik van complexe getallen in algebraische
uitdrukkingen. Bereken de twee wortels van het complexe getal 8 -6i.
Omdat de / functie ([x]) maar één wortel geeft, gebruikt u het ISOL
commando (isoleren) om W op te lossen in de vergelijking W2=8- 6.
Voereerst de algebraische uitdrukking in.
OW ]2«]E=
1:
'"W2=(8;-6)'
CR @EIC AIA)
[EDEN EE EEE
ENTER
Voer de naam in van de variabele die moet worden geisoleerd (W) en
voer het ISOL commando uit.
[J W [ENTER
(Q)(ALGEBRA] 15S0L
1:
'W=s1%(35-1)'
COLCT]EiiPh1200[UD[SHOWTAELE
De variabele =1 staat voor +. De twee wortels zijn dus 3 — ien -3 + i.
(Het ISOL commando wordt behandeld in hoofdstuk 22.)
Het gebruik van de symbolische constante i
Complexe getallen kunnen worden ingevoerd als uitdrukking die de
ingebouwde symbolische constante i bevat.
Voorbeeld. Voer met de EquationWriter een uitdrukking in die staat voor
het complexe getal 2 - 2iV 3. Evalueer de uitdrukking voor een complexe
oplossing. (Er wordt van uitgegaan dat de HP 48 is ingesteld op de
rechthoekige codrdinaatmodus.)
178
11: Complexe getallen
loading