Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 137

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Een inhoudsopgave die niet leeg is, kan verwijderd worden door de naam
in het stapelgeheugen te zetten en PGDIR ([+q](MEMORY] [NXT] (NXT)
R) uit te voeren. (Wees voorzichtig als u dit commando gebruikt —
controleer wat u verwijdert voordat u het commando uitvoert!)
Inhoudsopgave-objecten gebruiken
Een subinhoudsopgaveis een variabele waar een inhoudsopgave-object in
staat. Het maken van een subinhoudsopgave met CRDIR (Create
Directory, inhoudsopgave maken) lijkt op het maken van ander variabelen
met STO,alleen wordt bij CRDIR een variabele gemaakt waar een leeg
bijvoorbeeld de inhoudsopgave EQUNdoor een 1leeg inhoudsopgave-
object op te slaan in een variabele met de naam EQUN.
U kunt een inhoudsopgave op twee manieren opvragen in het
stapelgeheugen:
m Druk eerst op [®] en vervolgens op de menutoets voor de
inhoudsopgave in het VAR menu.
m Toets de naam van de inhoudsopgave tussen aanhalingstekens in en
druk op (](RCL].
Inhoudsopgave-objecten worden als volgt getoond:
DIR
naam;
object,
naam,
object,
END
waarbij naam, de naam van een variabele in de inhoudsopgave is, en
object, de inhoud van de variabele. De woorden ['IR en EMD
begrenzen het inhoudsopgave-object. (U kunt ook een inhoudsopgave in
deze vorm maken of bewerken in de commandoregel).
Omdat subinhoudsopgaven variabelen met een speciaal objecttype zijn,
kunnen ze op dezelfde manier als andere variabelen bewerkt worden. Ze
kunnen bijvoorbeeld opgevraagd worden in het stapelgeheugen en
vervolgens teruggezet worden in een andere inhoudsopgave. Op deze
manier kunt u subinhoudsopgaven kopiéren of verplaatsen. HOME is een
7: Inhoudsopgaven
135
loading