: markering: object
De dubbele punten begrenzen de markering. Als een gemarkeerd object
in het stapelgeheugen getoond wordt, verdwijnt de eerste dubbele punt,
zodat het object gemakkelijker te lezen is.
Voorbeeld. Voer de complexe getallen (2,5) en (4,9) in met de
markeringen B1 en B2 en bereken vervolgens het produkt.
Voer de gemarkeerde objecten in.
(]E:) B1 [0] (\)[()]) 2 (\1)(J 5 [ENTER]
(>) B2 &] («)([()] 4 (11]() 9 [ENTER]
Bereken het complexe produkt.
(x)
L:
SECTCTA fr
De markeringen werden genegeerd door [x].
Gemarkeerde objecten zijn vooral geschikt om de inhoud van variabelen
en de uitkomst van programma's van een label te voorzien (zie
hoofdstuk 29).
Eenheidsobjecten
Een eenheidsobject bestaat uit een re€el getal, gecombineerd met een
eenheid of uitdrukking van eenheid. Het
teken scheidt de eenheid van
A]
het getal — bijvoorbeeld Z2_rmen 26,7 _ka*n2-z"2.
Voorbeeld. Voer de volgende berekening uit:
508 1
25s
94
4: Objecten