Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 32

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Stap 3: Voer de rechterzijde van de vergelijking in. Gebruik voor
alfabetische invoer de [a] toets om het alfa-toetsenbord in werking te
stellen. In deze handleiding wordt er van uitgegaan dat u voor een letter
eerst op [a] drukt. Dit wordt niet afzonderlijk weergegeven bij de
toetsaanslagen. Als u dus bij de onderstaande toetsaanslagen G wilt
invoeren, drukt u op [a] en vervolgens op de
toets, waarnaast aan
de rechterkant in wit een G staat. Als u een fout maakt, gebruikt u [¢] om
de foutieve tekens te wissen of
om de EquationWriter toepassing
te verlaten en opnieuw te beginnen.
PHETS]POEHYP[MATH[VECTR]ESE
Stap 4: Voer de uitdrukking in het stapelgeheugen in. Als u vanuit de
EquationWriter een wiskundige uitdrukking invoertin het
stapelgeheugen, gaat de gangbare notatie verloren en wordt deze
vervangen door de notatie die gebruikelijk is voor computers.
{ HOME }
5
I: {GSFC LSINCP=T))-
PARTS]PROEWYP[MATE[YECTR]EHSE
Het stapelgeheugen is niets meer dan een reeks genummerde (1:, 2:,
21,...) geheugenplaatsen. Er kunnen maximaal vier niveaus van het
stapelgeheugen tegelijkertijd worden getoond, maar het bevat veel meer
niveaus. Als u een object — d.w.z. een hoeveelheid data— in het
stapelgeheugen invoert, wordt het op niveau 1 geplaatst en schuiven alle
andere objecten één niveau omhoog. Als objecten gewist worden of
gebruikt worden in een berekening, worden ze uit het stapelgeheugen
verwijderd en krijgen de andere objecten een lager niveau. De uitdrukking
die u zojuist hebt ingevoerd, staat nu op niveau 1 van het stapelgeheugen.
Stap 5: Noem de algebraische uitdrukking RATE.
0 RATE
{ HOME }
4:
3:
:
hEEATCOATEREE
30
1: Beginnen met de HP 48
loading