Druk opnieuw op [EVAL] om de integratiegrenzen te substitueren in de
integratie-variabele. Hiermee sluit u de procedure af.
Voorbeeld: symbolische integratie. Bereken:
y
fo? +1)ax
0
(Bij dit voorbeeld wordt verondersteld dat de variabele Y niet bestaat in
de huidige inhoudsopgave.)
Kies de EquationWriter en toets het f teken en de grenzen in. Toets de
integrand en de integratie-variabele in.
(\) [EQUATION] (](/]
0plY[)
X20) [+1
>] X
Y 2
| %%+1dw0
a
PHET:[PROEHYP[MATEYECTH]EE
Evalueer de uitdrukking.
EVAL
{ HOME }
1: "1x+X7(2+1)7((2+1)
*¥0X(K)) | (X=Y)-(]1*K+
A (2+1)2((2+])%0K(R
))1(X=8))'
PETE]PROEHEP[MATE[ECTH]EAE]
Het resultaat heeft een gesloten vorm. Evalueer de uitdrukking opnieuw
om de grenzen te substitueren in de integratie-variabele.
EVAL
1:
"Y+yY~3,3!
PHET:]PEOE|HYP[MATR]YECTR] EAZE|
Symbolische integratie met de HP 48. De HP 48 voert symbolische
integratie uit door patronen met elkaar te vergelijken. De HP 48 kan het
volgende integreren:
m Alle ingebouwde functies waarvan de primitieven uit te drukken zijn
in termen van andere ingebouwde functies — SIN is bijvoorbeeld
integreerbaar, omdatzijn primitieve COS een ingebouwde functieis.
De argumenten voor deze functies moeten lineair zijn.
m= Sommen, verschillen en negaties van ingebouwde functies waarvan de
primitieven uitgedrukt kunnen worden in termen van andere
ingebouwde functies — bijvoorbeeld 'SIM(X2-COS(H!
458
23: Calculus