Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 359

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Voorbeeld: een parametrische grafiek. Plot de bovenstaande
vergelijkingen voor waarden van ¢ die tussen —3 en +3 liggen.
Toets de uitdrukking in en sla deze op. Geef de vergelijking de naam
PAR. (Druk op [a] [+] en daarna op
om het complexe getal i in te
toetsen.)
Stel het plottype PARAMETRIC in en geef de onafhankelijke variabele
en het bijbehorende plotbereik aan. Teken de grafiek met automatische
schaalverdeling.
PTYPE PARA
PLOTR («HT [SPC] 3 [*/]
3 [ENTER] INDEP
AUTO
I
2-E0:[CENT|CODRULKEEL]FCN
Relationele grafieken
Relationele graficken evalueren uitdrukkingen die waar (een reéel getal
behalve 0) of niet waar (0) zijn. Elke pixel waarvoor de uitdrukking waar
is, wordt donker en elke pixel waarvoor de uitdrukking niet waar is, blijft
onveranderd. Tenzij anders aangegeven, wordt iedere pixelin de display
geévalueerd.
De variabele die met DEPND is aangegeven, wordt wel gebruikt bij
relationele grafieken.
Voorbeeld: een relationele grafiek. Teken een relationele grafiek voor
de uitdrukking:
"YLCOSCHRIAND Y2STIM CRY!
Geef een displaybereik voor de x-as van —= tot n/2 (radialen) aan, en een
displaybereik voor de y-as van -1,5 tot 1,5. Om het plotten sneller te laten
verlopen, geeft u een plotbereik van -2,4 tot 0,85 (radialen) aan voor X
en —1,1 tot 1,2 voor Y.
19: Meer informatie over plotten en grafische objecten
357
loading