—NUM wilt uitvoeren, drukt u eerst op de [®] toets en daarna op de
bijbehorende
toets.
m Hetalfa-toetsenbord, dat in werking wordt gesteld door op de [a] toets
van het primaire toetsenbord te drukken. De alfa-tekens zijn in wit
aangegeven aan de rechterzijde van de bijbehorende toets. Alle
alfatekens zijn hoofdletters. Als u bijvoorbeeld N wilt invoeren, drukt
u eerst op [a] en daarna op de bijbehorende
toets. Als het
alfa-toetsenbord actiefis, behoudt het numerieke toetsenblok zijn
numerieke functie.
m Het alfa-toetsenbord met de linker shift-toets, dat in werking gesteld
wordt door eerst op [a] te drukken en daarna op [4] van het
primaire toetsenbord. De meeste alfa-tekens met de linker shift-toets
zijn kleine letters; daarnaast zijn er enkele speciale tekens. Als u
bijvoorbeeld n wilt typen, drukt u eerst op [a], dan op [#7] en
vervolgens op [STO]. (Deze tekens zijn niet aangegeven op het
toetsenbord.)
m Het alfa-toetsenbord met de rechtershift-toets, dat in werking gesteld
wordt door eerst op [a] te drukken en daarna op [®] van het
primaire toetsenbord. De alfa-tekens met de rechter shift-toets zijn
Griekse letters en andere speciale tekens. Als u bijvoorbeeld A wilt
invoeren, drukt u eerst op [a], dan op [®] en vervolgens op [NXT].
(Deze tekens zijn niet aangegeven op het toetsenbord.)
2: Het toetsenbord en de display
53