Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 136

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Naar de hoofdinhoudsopgave of naar HOME
U kunt met twee commando's naar een hogere inhoudsopgave gaan:
m Met UPDIR ([€q](UP]) komt u één niveau hoger in de
hoofdinhoudsopgave.
m= Met HOME ([*](HOME]) komt u in de HOME inhoudsopgave.
Ook kunt u naar een willekeurige inhoudsopgave gaan door de naam van
die inhoudsopgave in de huidige route te evalueren.
Variabelen en inhoudsopgaven verwijderen
De inhoud van een inhoudsopgave verwijderen
Afzonderlijke variabelen verwijderen. Als u een bepaalde variabele
wilt verwijderen, zet u de naam in het stapelgeheugen en voert u PURGE
([«2)[PURGE)) uit.
Alle variabelen in een inhoudsopgave verwijderen. Met het CLVAR
commando kunt u alle variabelen in de huidige inhoudsopgave
verwijderen. (CLVAR heeft geen menutoets, maar met behulp van
(])(PURGE] kunt u CL'AR typen.) Als de huidige inhoudsopgave een
subinhoudsopgave bevat die niet leeg is, wordt CLVAR niet uitgevoerd en
komt de subinhoudsopgave als eerste label in het VAR menu te staan.
Variabelen verwijderen met het VAR commando. Het VAR
commando ([\Q][MEMORY] YHARS )geeft een lijst met alle variabelen en
subinhoudsopgaven in de huidige inhoudsopgave. Deze lijst, of een
gewijzigde versie van de lijst, kan gebruikt worden als argument voor
PURGE.
Een inhoudsopgave verwijderen
Een inhoudsopgave moet leeg zijn voor hij verwijderd kan worden met
PURGE. Er mogen dus geen variabelen meer in staan. Als een
inhoudsopgave leeg is, kan deze op dezelfde manier als andere variabelen
verwijderd worden — zet de naam in het stapelgeheugen en voer
PURGE uit. Lege subinhoudsopgaven kunt u ook verwijderen met het
CLVAR commando.
134
7: Inhoudsopgaven
loading