Kies het SOLVE menu, toets de vergelijking in en sla deze zonder naam
in EQ op. Kies het SOLVR menu en sla de waarden op voor vy en a. In
het SOLVR menu slaat u op eenvoudige wijze bekende waarden voor de
huidige vergelijking op.
(«1][SOLVE]
AO: 5
OVE Vo HART
7
STEQ
2:
SOLYR10:
Ya
5!
AHO
a
COEEa]
Stel de display modus in op 2 Fix, zodat de codrdinaten en resultaten van
de functie-analyse gemakkelijk te lezen zijn in de grafische omgeving.
Kies vervolgens het PLOTR menu. Om gehele waarden te krijgen voor de
markeringsstreepjes op de x-as en y-as gebruikt u SCALE en geeft u 1
eenheid per x-as streepje en 25 eenheden per y-as streepje aan. Hierdoor
kunt u exacte berekeningen uitvoeren. Gebruik CENT om (5,50) als
middelpunt van de grafiek aan te geven. Geef tenslotte T aan als
onafhankelijke variabele.
[©)[MODES] 2 FIX
PTot Tope: FUNCTION
[@)FLoT)
Indep:110HOxT
1 [SPC] 25 SCALE
Ke
-1,50
11,50
[«1][()] 5 [SPC] 50 CENT
SL
-27,90
130,60
(\)(PREV] (J T INDEP
EES[TE ETRE ETT STH CTE
Wis PICT en teken vervolgens de grafiek.
ERASE DRAW
Bekijk de coodrdinaten van de grafische cursor.
COORD (of (+)
Ea
py
(5.00,50.00)
332
18: Fundamentele plotfuncties en functie-analyse