Bewerkingen met betrekking tot stapelgeheugen in de
grafische omgeving
Bij de volgende bewerkingen in de grafische omgeving wordt een grafisch
object uit het stapelgeheugen gebruikt of een grafisch object in het
stapelgeheugen geplaatst.
Bewerkingen met betrekking tot stapelgeheugen
in de grafische omgeving
FEFL
Plaatst het grafisch object uit niveau 1 in PICT. De
linker bovenhoek van het grafisch object komt op
de cursorpositie te staan.
SUE
Plaatst het rechthoekige grafisch object, waarvan
de tegenoverliggende hoeken gedefinieerd zijn
door het markeringsteken en de cursor, in het
stapelgeheugen.
Kopieert PICT naar het stapelgeheugen als een
grafisch object.
Het PICT commando — werken met PICT in het
stapelgeheugen
Het PICT commando ([PRG]
[SFL
FICT plaatst de naam FICT
in het stapelgeheugen. De naam kan gebruikt worden als argument om
toegang te krijgen tot het grafische object PICT, alsof het in een variabele
is opgeslagen:
m Drukop
FICT [][RCL) om het grafische object PICT op te
roepen in het stapelgeheugen.
m Als het grafische object in niveau 1 staat, druktuop
FICT (STO)
om dit object het grafisch object PICT te maken.
m Drukop
FICT [«][PURGE] om PICTte verwijderen.
De naam FICT kan als argument gebruikt worden voor verschillende
commando's voor grafische objecten, die in de volgende paragraaf
beschreven worden. Het SUB commando accepteert bijvoorbeeld PICT
als argument, zodat u een gebied van PICT kunt definiéren en als grafisch
object in het stapelgeheugen kunt plaatsen. Dit is de equivalent van de
SUE
bewerking in de grafische omgeving, waarbij het stapelgeheugen
betrokken is, zoals in de vorige paragraaf werd beschreven.
366
19: Meer informatie over plotten en grafische objecten