Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 73

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Er zijn drie manieren om objecten te bekijken of te bewerken:
m Met behulp van de (¥] toets. Hiermee kunt u het object in niveau 1 in
de meest geschikte omgeving bekijken en bewerken. (Met [(][¥] kunt
u een object dat in een variabele is opgeslagen, bekijken en
bewerken.)
m Met behulp van de [QQ] [EDIT] toets. Hiermee kunt u een object uit het
stapelgeheugen op de commandoregel bekijken en bewerken. (Met
(>) [VISIT] kunt u een object bewerken dat in een variabele is
opgeslagen.)
m Met behulp van het Interactief Stapelgeheugen. Hiermee kunt u alle
niveaus van het stapelgeheugen bekijken en bewerken.
Telkens als een object naar de commandoregel wordt gekopieerd om het
te bekijken of te bewerken, gebeurt het volgende:
m Het EDIT menu wordt getoond, waarmee u bewerkingen kunt
uitvoeren die het wijzigen van omvangrijke objecten gemakkelijker
maken.
m Reéle en complexe getallen worden met volledige nauwkeurigheid
getoond (standaard formaat), ongeacht de huidige display modus.
m Programma's, lijsten, algebraische uitdrukkingen, eenheden,
inhoudsopgaven en matrices worden op meerdere regels
weergegeven.
m Verder worden alle cijfers van binaire getallen, alle tekens van
tekstreeksen en volledige algebraische uitdrukkingen getoond.
Objecten bekijken en bewerken
m Als u op [¢) [EDIT] drukt, wordt het object in niveau 1 gekopieerd
naar de commandoregel, waar u het gehele object kunt zien en
eventueel bewerken.
m (V¥] heeft dezelfde functie als [«q][EDIT], alleen worden niet alle
objecten gekopieerd naar de commandoregel — matrices worden
gekopieerd naar de MatrixWriter omgeving en algebraische
uitdrukkingen en eenheden worden gekopieerd naar de
EquationWriter omgeving,.
m Als u op [®](VISIT] drukt en het nummer van een niveau van het
stapelgeheugen als argument gebruikt, wordt het object in dat niveau
gekopieerd naar de commandoregel voor bewerkingen. Met 3
3: Het stapelgeheugen en de commandoregel
Ia
loading