Download Print deze pagina

HP 48SX Gebruikershandleiding pagina 81

Deel 1
Verberg thumbnails Zie ook voor 48SX:
Objecten bekijken. In het Interactief Stapelgeheugen kunt u met de
VIEWtoets objecten bekijken in de meest geschikte omgeving. Als u
voor andere objecttypes dan matrices, algebraische uitdrukkingen en
eenheden op IEW drukt, heeft dit dezelfde functie als [(«q] (EDIT);
hiermee kopieert u een object in het huidige niveau van het
stapelgeheugen naar de commandoregel en stelt u het EDIT menu in
werking. Druk op
om het bewerkte object terug te zetten in het
oorspronkelijke niveau of op
als u de veranderingen niet wilt
bewaren.
Als het object dat u wilt bekijken een algebraisch object of een eenheid is,
wordt door het indrukken van VIEW automatisch de EquationWriter in
werking gesteld en het object naar deze toepassing gekopieerd. Als het
object een matrix is, wordt door het indrukken van "IEW de
MatrixWriter in werking gesteld en het object naar deze toepassing
gekopieerd.
Ook kunt u objecten met [*] Y IEW in de meest geschikte omgeving
bekijken. Maar evenals bij [(®](V¥] in de standaardomgeving moet u bij
[] VIEW wel als argument het nummer van een niveau of een naam
aangeven. Als in het huidige niveau van het Interactief Stapelgeheugen
een getalstaat, wordt door op [®] "IEW te drukken het object op dat
niveau in de omgeving gezet die het meest geschikt is voor het bekijken
van het object; als in het huidige niveau een naam staat, wordt door op
[] YIEW te drukken de inhoud van de daarbij behorende variabele in
de omgeving gezet die het meest geschikt is voor het bekijken van deze
variabele.
Het Interactief Stapelgeheugen verlaten. Als u klaar bent, drukt u op
of
om het Interactief Stapelgeheugen te verlaten. Daarna
wordt het gewijzigde stapelgeheugen weergegeven.
Na het verlaten van het Interactief Stapelgeheugen kunt u de
aangebrachte veranderingen annuleren door op [€](LAST STACK] te
drukken.
Voorbeeld: het Interactief Stapelgeheugen gebruiken. Gebruik het
Interactief Stapelgeheugen om de inhoud van de commandoregelte
bewerken en ga daarbij als volgt te werk:
1. Zet de cursor op de plaats in de commandoregel waar de tekst moet
komen.
2. Druk op [(][EDIT] +5TK. (Als de commandoregel uit één regel
bestaat, kunt u ook op [A] drukken.) De commandoregel en het
3: Het stapelgeheugen en de commandoregel
79
loading